Het belangrijkste verschil tussen een vlaai en een taart is dat een vlaai meestal een krokante bodem heeft met lage randen en voornamelijk in Limburg populair is, terwijl een taart hogere zijkanten heeft en op veel bredere schaal wordt geconsumeerd.
Vlaaien zijn wezenlijk verschillend van taart omdat de bodem van een ander soort deeg is gemaakt, meestal een zoete gistdeeg, soms ook linzen- of biscuitdeeg. Traditioneel (gegist) vlaaideeg lijkt op brooddeeg en is meestal wat zwaarder dan taartdeeg.
Limburgse vlaai (Limburgs: vlaai, vlaoj, vla of flaai, mv. vlaaien) is een gebakje bestaande uit deeg en een vulling , dat traditioneel geassocieerd wordt met de provincies Limburg in Nederland en België, maar ook met delen van Duitsland aan de overkant.
De “Limburgse vlaai” is een goedgevulde, goudbruin gebakken ronde zoete taart met een rijke variatie aan vullingen en afwerkingen die steeds meegebakken worden. De “Limburgse vlaai” heeft een diameter van minimum 10 cm en maximum 30 cm. De “Limburgse vlaai” bestaat uit een bodem, vulling en eventueel een toplaag.
Limburgse vla, (plaatselik ouch vlaoj, vlaaj, flaaj of vlaam geneump), in 't Nederlands vlaai, ies e typisch Limburgs gebak. Limburgse vla's were gebakke in de Euregio Maas-Rien: Belsj en Nederlands Limburg, in 't Land van Herf, 't Montsenergebied, Oas-Belsj en in e klein deil van Duutsjland.
Een echte Limburgse vlaai heeft een platte deegbodem gemaakt van gistdeeg. Deze mag maximaal 1 cm dik zijn. De bodem moet dusdanig stevig zijn dat een vlaaipunt uit de hand kan worden gegeten. De diameter van een Limburgse vlaai ligt tussen de 10 en 30 centimeter.
Het woord 'vla' is waarschijnlijk gerelateerd aan Limburgse woord vlaai. In de 13e eeuw werd het woord vlade voor het eerst in schrift gebruikt. Het betekende toen 'dunne brede koek'. Drie eeuwen later vervormde het woord vlade in sommige gebieden via vlae naar vlaai, terwijl het in andere gebieden naar vla overging.
Een ander handig hulpmiddel dat vaak door de bakker wordt gebruikt is de 'onderlegger'. De rand van de onderlegger bestaat uit 24 of 30 boogjes. Dat is niet voor niets, want als je bijvoorbeeld 12 gelijke stukken wilt hebben, snij je de taart gewoon om de twee boogjes, en je weet zeker dat het 12 gelijke stukken zijn.
De oorsprong van de vlaai ligt eigenlijk helemaal niet in Limburg, maar in Zuid-Duitsland. In de Middeleeuwen werden resten brooddeeg en oud fruit samen gebakken. Eigenlijk als alternatief om het weg te gooien. Daarna is voor het eerst in 1878 in een boek geschreven over de vlaai door Jacobus Craandijk.
Bakker Daily Hannen van bakkerij Hannen in Herten is de beste vlaaibakker van Limburg. Dat is de uitslag van de gezamenlijke vlaaibakwedstrijd die de Limburgse bakkers jaarlijks organiseren.
Niet iedereen weet namelijk hoe je een kwalitatief goede vlaai maakt en daarbij vind je soms nog een verdwaald toefje slagroom of schuimpje naast de vlaai. Dit is volledig tegen de officiële Limburgse regels. Vlaai eet je alleen met een vorkje of uit het vuistje en that's it.
Als je een hele taart eet, krijg je waarschijnlijk een suikerpiek en val je flauw omdat het te veel is, met al die glazuur en extra suikerachtige dingen die eraan zijn toegevoegd. Als je echter een hele taart eet, is er minder probleem, omdat het niet alleen maar uit suiker bestaat .
De winnaar van de vlaaientest is de vlaai van de HEMA. Deze krijgt als rapportcijfer een 6,5.
Taarten worden gedefinieerd door hun korsten . Een gevulde taart (ook wel single-crust of bottom-crust genoemd) heeft deeg dat de bakvorm bekleedt en de vulling wordt bovenop het deeg geplaatst maar open gelaten. Een top-crust taart heeft de vulling in de bodem van de vorm en wordt bedekt met een deeg of andere bedekking voor het bakken.
De oude Egyptenaren waren de eersten die een gerecht bedachten dat dicht in de buurt komt van wat we nu kennen als een taart. Ze hadden een honingvulling bedekt met een knapperige cake gemaakt van haver, tarwe, rogge of gerst. Een recept voor kippenpastei werd ook ontdekt op een tablet dat vóór 2000 v.Chr. was gesneden.
De oorsprong van de Limburgse vlaai ligt ergens in de 16e eeuw, waar op een schilderij van Pieter Bruegel de eerste vlaaien zijn afgebeeld. Deze witte griezenpapvlaaien zijn later door de Spanjaarden verder ontwikkeld tot de voor ons nu bekende rijstevlaai.
Wij adviseren om de vlaai in de koelkast te bewaren, waar deze tot 3 à 4 dagen na aankoop zijn optimale smaak en textuur behoudt. Het is belangrijk om te onthouden dat onze vlaaien het best vers genoten kunnen worden, daarom raden we het invriezen van onze vlaaien af.
De meeste taarten, gebakjes of (luxe vlaaien) kunnen worden ingevroren, maar de kwaliteit zal hierdoor afnemen. Gebak of vlaai gemaakt met vers fruit is niet geschikt om in te vriezen. Tijdens het invriezen kun je het beste de vriezer gesloten houden voor ongeveer zes uur.
Om een taart zo strak mogelijk te kunnen aansnijden, moet je mes namelijk heet zijn. Houd het mes daarom met beide kanten eerst even onder een hete kraan.Veeg vervolgens snel het water van het mes af en begin direct met snijden. Zo voorkom je dat het mes alweer is afgekoeld als je begint met snijden.
Een hele vlaai kan gesneden worden in 10 of 12 punten. Een halve vlaai kan gesneden worden in 5 of 6 punten. Een hele vlaai kan gesneden worden in 10 punten.
Het wordt al sinds de 18e eeuw gegeten als koud nagerecht. Het bestaat oorspronkelijk alleen in Nederland en Suriname. In 2006 is langzaam ook in Duitsland vla geïntroduceerd, onder de Nederlandse naam 'vla'.
De fruitvlaaien (ook met kruimel) kunnen buiten de koelkast bewaard worden, bij een gemiddelde kamertemperatuur. De overige vlaaien (schuim, rijst en pudding) en het gebak dienen in de koelkast bewaard te worden.
Vla is een echt Nederlands product. Probeer maar eens een pak te krijgen in het buitenland! Dat gaat als je geluk hebt alleen lukken in België en Duitsland.