U hebt en u heeft zijn beide correct. De vorm met “heeft” lijkt op het moment vaker voor te komen, maar “u hebt” wint aan populariteit.
Het persoonlijk voornaamwoord 'u' drukte oorspronkelijk een derde persoon uit: 'u heeft'. Maar tegenwoordig wordt 'u' veelal als tweede persoon enkelvoud aangevoeld (net als 'jij') en dan is het 'u hebt'. De ene vorm is niet beter dan dan de andere, al vinden sommige mensen 'u heeft' iets formeler klinken dan 'u hebt'.
Tegenwoordig wordt u niet meer als derde persoon beschouwd maar als tweede persoon enkelvoud, net als jij/je. U wordt dan gecombineerd met de persoonsvorm van de tweede persoon: u hebt. U hebt is dus vergelijkbaar met jij hebt. Bij de keuze tussen u hebt en u heeft kunt u uw eigen voorkeur volgen.
Beide vormen zijn juist.
Beide behoren tot de tegenwoordige tijd, maar met een verschil: 'Do (hulpwerkwoord) you have (hoofdwerkwoorden)?' is van de tegenwoordige tijd.'Have you got…' verwijst naar iets dat je in je bezit hebt — misschien heb je het al een tijdje.
Beide vormen hebben momenteel dezelfde betekenis, beide zijn correct . Echter, sommige bronnen geven aan dat "u heeft" nu als formeel wordt beschouwd in tegenstelling tot het ongemarkeerde "u hebt", terwijl andere bronnen ze als equivalenten vermelden.
Je wilt en je wil zijn allebei correct.
In Nederland wordt je wil informeler gevonden dan je wilt. In België wordt het gebruik van je wil niet als informeler beschouwd.
Is het enkelvoud of meervoud in: 'De media heeft/hebben veel invloed op de publieke opinie'? Juist is: 'De media hebben veel invloed op de publieke opinie.' Media is het meervoud van het Latijnse woord medium, dat 'middel' betekent.
Je zult en je zal zijn allebei correct.
De vorm zul(t) is de neutrale vorm in het hele taalgebied: je zult, jij zult, zul je, zul jij. In België is ook de vorm zal neutraal; in Nederland wordt die als informeler beschouwd: je zal, jij zal, zal je, zal jij.
Je = jouw of jou zonder extra nadruk
De vormen jou en jouw passen in zinnen waar er nadruk op deze woorden ligt. Als dat niet het geval is, is de gereduceerde vorm je beter: Ik heb het jou gevraagd, want jij kunt dit het best. Ik heb het je (liever niet: jou) gevraagd, maar je gaf geen antwoord.
you have You've wordt meestal alleen gebruikt als have een hulpwerkwoord is : You've just missed Jen. Als have het hoofdwerkwoord is, gebruik dan de volledige vorm: You have five minutes left. You've five minutes left.
In onze 'moeilijke' spelling van de werkwoorden zit één ding muurvast: als jij of je achter de persoonsvorm staat, valt de t weg: je bent - ben je, je hebt - heb je.
Het woordje u is van oorsprong een derde persoon enkelvoud: u is, u heeft. Maar tegenwoordig vat men u op als een tweede persoon, omdat het de beleefdheidsvorm is voor jij. Vandaar: u bent, u hebt. Omdat u is, derde persoon, veel minder voorkomt dan u bent (tweede persoon) is de tweede persoon ook bij hebben in opmars.
Wat is juist: 'Ik ben verzekerd voor brand' of 'Ik ben verzekerd tegen brand'? Zowel verzekerd voor brand als verzekerd tegen brand is juist. Er is geen voorkeur voor een van de voorzetsels.
De vorm hij wilt* (of wilt hij*) is niet correct. Bij de meeste werkwoorden bestaat de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd uit de stam + de uitgang -t: hij vindt, hij racet, ze bevestigt, ze deletet, het hagelt, het sneeuwt.
Het is allebei goed. Je kunt is ouder en daardoor voor sommige mensen beter. Je kan is voor anderen juist weer wat moderner en aansprekender. In Nederland krijgt 'Je kunt je nu inschrijven' vaak de voorkeur in de schrijftaal.
Als beide naar personen verwijst en zelfstandig gebruikt wordt, schrijven we beiden. Beide is zelfstandig gebruikt als er geen zelfstandig naamwoord op volgt en beide ook niet aangevuld kan worden met een zelfstandig naamwoord uit dezelfde zin of de zin die onmiddellijk voorafgaat.
Wat is juist: u hebt of u heeft? Het is allebei goed. U hebt en u heeft zijn allebei juist. U heeft komt iets vaker voor dan u hebt.
Juist is: 'Ze hebben nieuwe kleren nodig. ' 'Ze zijn nieuwe kleren nodig' is regionaal taalgebruik. Het komt in het noorden en noordoosten van Nederland voor. In het Standaardnederlands is alleen iets nodig hebben correct.
'hebben' / 'hebben gekregen'
Als we het hebben over bezit, relaties, ziektes en kenmerken van mensen of dingen kunnen we have of have got gebruiken . De have got vormen komen vaker voor in een informele stijl.
Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is hij de correcte vorm.Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is hem correct.
Na een voorzetsel volgt altijd een niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord. Onderwerpsvormen zijn ik, jij/je, hij, zij/ze, het, wij/we, jullie en zij/ze. De niet-onderwerpsvormen (ook wel voorwerpsvormen genoemd) zijn mij/me, jou/je, hem, haar, het, ons, jullie en hen/hun.