Rechtsprekende instellingen In deze betekenis is hof altijd onzijdig (het hof).
de hof (mannelijk): 'tuin', 'boomgaard' het hof (onzijdig): 'erf', 'omheind stuk grond', 'woonplaats van een vorst', 'hofhouding' en 'gerechtshof'
In de Nederlandse taal gebruiken wij de justitie.
De woorden bond en raad zijn mannelijk, dus er moet niet haar maar zijn staan. Deze fout komt regelmatig voor bij mannelijke of onzijdige woorden die op een verzameling wijzen, zoals de staat, het bestuur en het parlement. Bij de gemeente en de pers is haar juist wel weer goed – dat zijn vrouwelijke woorden.
De correcte spelling is Hof van Cassatie.
Het gaat dan om soortnamen.
Het woordgeslacht zie je aan een (o), (m) of (v) achter het woord in het woordenboek. Bij onzijdige woorden gebruik je altijd het lidwoord “het” of “een”. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen altijd “de” of “een” als lidwoord.
hof zelfstandig naamwoord, onzijdig.
We gebruiken het bezittelijk voornaamwoord haar om naar vrouwelijke woorden te verwijzen (de regering en haar standpunt) en het bezittelijk voornaamwoord zijn om naar mannelijke en onzijdige woorden te verwijzen (de koning en zijn besluit, het comité en zijn rapport).
Raad is een mannelijk woord.
In de praktijk wordt naar verzamelnamen zoals raad, dienst of bond ook geregeld met haar verwezen, ook door standaardtaalsprekers. Toch is er een vrij grote groep taalgebruikers die dat gebruik afkeurt.
Wij raden aan om ministerie van Buitenlandse Zaken te schrijven: ministerie als 'gewoon woord' met kleine letter, het beleidsterrein met hoofdletters.
Wanneer u niet zeker weet of een zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is, kijk dit dan na in een woordenboek. Een tip vooraf: de Hoge Raad is mannelijk. Gebruik ook de juiste verwijzende voornaamwoorden (bijv. 'het antwoord, dat (niet: “die”) de minister gaf').
Bedrijf is een onzijdig woord. Naar onzijdige woorden verwijzen we in de regel met zijn.
Is het 'de rechtbank' of 'het rechtbank'?
Het is 'de rechtbank', want rechtbank is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die rechtbank'.
Functienamen, titels en ambten zijn geen eigennamen; het zijn algemene woorden en die krijgen geen hoofdletters. Woorden als admiraal, commissaris, dominee, hertog, minister, professor en voorzitter schrijf je dus ook allemaal met kleine letters.
De woorden stad, gemeente, dorp, land
Dorp en land zijn onzijdig; dan blijven de verwijswoorden dus het en zijn.
Zelfstandig naamwoorden met het lidwoord 'het' zijn altijd onzijdig. Hiernaar verwijs je met 'het' en 'zijn'. De-woorden zijn daarentegen mannelijk of vrouwelijk. Hiernaar verwijs je respectievelijk met 'hij' en 'hem' en met 'zij' en 'haar'.
'Het college blijft bij haar voorkeur'.
Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heten de rechters officieel "staatsraden". Spreek de rechter aan met 'voorzitter' of meneer of mevrouw de rechter. De rechter aanspreken met 'edelachtbare' gebeurt bijna nooit meer. Als er een meervoudige kamer is, is de middelste rechter de voorzitter.
Ook als burgemeester en wethouders het onderwerp in de zin is, hoort daar een meervoudige persoonsvorm bij, hoewel het om een vaste eenheid, een geheel, gaat. Burgemeester en wethouders duidt op één instelling, het college van burgemeester en wethouders, oftewel 'het dagelijks bestuur van een gemeente in Nederland'.
Als een de-woord mannelijk is, staat er in woordenboeken en spellinglijsten een m achter. Bijvoorbeeld: boom, de (m.). Bij vrouwelijke woorden staat er een v achter, bijvoorbeeld: begroting, de (v.). Als er alleen de achter een woord staat, is het mannelijk én vrouwelijk.
Volgens de woordenboeken is bijvoorbeeld 'kabinet' onzijdig en 'wasmachine' vrouwelijk.
Het team (onzijdig)
Het-woorden, zoals team, bedrijf en koor, zijn onzijdig. Als je ernaar terugverwijst gebruik je het of zijn.
Een gerechtshof, ook wel hof genoemd, is een gerechtelijke instantie. Een hof spreekt normaal gesproken recht in tweede aanleg. Dat betekent dat het hof de zaak in hoger beroep behandelt nadat een rechtbank zich al over de zaak heeft gebogen.
Je gebruikt 'zich' als het terugslaat op het onderwerp (dus de hp smijt de deur achter zichzelf dicht) en 'haar' als het over een ander vrouwelijk personage gaat (de hp smijt de deur dicht achter de vrouw die net de kamer uitgelopen is).