Het woord familie komt van het Latijnse familia en dit is op zijn beurt een leenwoord uit het Etruskisch. Elk individu is verwant aan talloze andere individuen, maar lang niet al deze relaties worden ook sociaal of cultureel erkend.
Leenwoorden zijn woorden die wij overnemen uit andere talen. In onze taal hebben wij leenwoorden uit bijvoorbeeld het Grieks, het Latijn, het Duits, het Frans en het Engels. Denk maar eens aan woorden zoals mysterie (Grieks), audio (Latijn), hamburger (Duits), cadeau (Frans) en computer (Engels).
„Een woordfamilie”, legt Telling uit, „dat zijn alle woorden die gemaakt worden met dezelfde stam, bijvoorbeeld met 'werk': 'werkster', 'werkstuk', 'werkloos', enzovoort.
Ontleend aan Middel-Frans poupée “pop”, aangetroffen sinds 1567.
Afkomstig van het Middelnederlandse cāmere, uit Laatlatijn camera, ontleend aan Oudgriekse καμάρα (kamára) 'huifwagen, gewelfde kamer'.
Voorbeelden van leenwoorden zijn: container, game, scooter (Engels), douche, caissière, chocolade (Frans), schnitzel, ober en föhn (Duits).
Parasol is een leenwoord uit het Frans, dat zonnescherm betekent.
Hond werd vroeger als scheldwoord gebruikt als iemand zijn eten naar binnen schrokte, slechte manieren had, er onverzorgd uitzag etc.. Bij een kat is dat veel moeilijker te zeggen.
Basiswoordfamilies zijn onder andere -at, -an, -ad, -am, -et, -it, -ig, -ing, -og en -op . Dit zijn eenvoudige klanken die automatisch klinken bij beginnende lezers.
Het woord moeder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Voorbeelden van leenwoorden in de Engelse taal zijn onder meer café (van het Franse café, wat "koffie" betekent), bazaar (van het Perzische bāzār, wat "markt" betekent) en kindergarten (van het Duitse Kindergarten, wat letterlijk "kindertuin" betekent) .
Een leenwoord is een woord dat aan een andere taal is ontleend. De term leenwoord is op zich een neutrale aanduiding. De uitheemse oorsprong van een woord hoeft niet per se een afkeuring in te houden; veel leenwoorden zijn zonder meer in het Nederlands aanvaard.
Het woord alarm is eigenlijk een wapenkreet, ontleend aan het Franse alarme of het Italiaanse allarme. Eigenlijk betekent het dus all' arme, te wapen. Het woord werd later als zelfstandig naamwoord gebruikt.
"Hond" wordt al lang gebruikt als belediging voor zowel vrouwen als mannen . In het oude Griekenland werd hond vaak gebruikt in een denigrerende zin om te verwijzen naar iemand wiens gedrag ongepast of grensoverschrijdend was.
Wat blijkt nu? Hij kan misschien niet terug praten. Maar volgens wetenschappers van de Amerikaanse Emory University snapt hij wél wat je zegt. De onderzoekers concluderen dat honden het gesproken woord op dezelfde manier verwerken als wij mensen.
Geen huisdieren in de Bijbel
Vooral omdat de liefde voor dieren soms heel ver gaat, en we onze huisdieren menselijke eigenschappen toeschrijven. Maar in de Bijbel kom je eigenlijk geen huisdieren tegen. In het deuterocanonieke boek Tobit komt nog wel een hondje voor dat met zijn baas op reis gaat.
De Nederlandse taal kent veel leenwoorden. Voorbeelden: sport: finish, coureur, goal. eten: spaghetti, lunch, knäckebröd.
De schrijfwijze van sommige leenwoorden is een beetje anders in het Nederlands, bijvoorbeeld citroen (in het Frans: citron), miljonair (in het Frans millionnaire), chocola (in het Frans chocolat), etage (in het Frans étage met een streepje op de e) of giraffe (in het Frans: girafe met één f).
Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shāh, dat koning betekent. Ook het woord mat is Perzisch (maata), dat versteld raken betekent. In de meeste talen heeft het spel, enigszins aangepast, dezelfde naam.
Franse leenwoorden. Bij Franse leenwoorden kun je een aantal regels onthouden die gelden voor de Franse taal. De oe-klank wordt vaak geschreven als 'ou'. Bijvoorbeeld in 'boulevard' en 'douche'.
Het woord paraplu komt van het Franse parapluie, dat zoveel betekent als 'afweer tegen regen'. Het is gevormd naar het oudere 'parasol', beschermmiddel tegen zonneschijn.