De link tussen de juiste voeding en het voorkomen of verhelpen van depressies is niet aangetoond. In literatuurreviews worden vaak sterke conclusies getrokken. Dat ontdekte Florian Thomas-Odenthal, masterstudent Psychologie aan de Universiteit Leiden, in zijn thesisonderzoek.
Het westerse voedingspatroon, rijk aan bewerkte voeding zoals gefrituurde snacks, bewerkte vleesproducten, geraffineerde granen en suikers, verhoogt de kans op depressie maar liefst met 58%. Iedereen heeft een emotionele relatie met voedsel.
Niet alleen suiker, maar ook andere voedingsmiddelen vergroten de kans op een depressie. Mensen die veel worsten, croissants, gebakken aardappelen, friet en ander bewerkt voedsel eten hebben 41 procent meer kans op het ontwikkelen van een depressie.
Neurotransmitters en depressie
Bij het ontstaan van een depressie zijn vooral serotonine, noradrenaline en dopamine van belang. In bepaalde delen van de hersenen zou er bij depressie een tekort optreden van deze neurotransmitters.
Bij mensen met een tekort aan vitamine D werd een relatie gevonden met verminderd cognitief functioneren en meer depressieve klachten42. Bij vrouwen met een depressie of een doorgemaakte depressie wordt bovendien een lagere botdichtheid gevonden, wat ook een gevolg kan zijn van een tekort aan vitamine D43.
Een magnesium tekort kan ten grondslag liggen aan stress, depressie en andere aandoeningen van de stemming en gevoelens. Bovendien verbruikt het lichaam meer magnesium in geval van stress. Het kan daarom lonen om met een magnesiumsupplement, specifiek magnesium tauraat, je stress of depressie te lijf te gaan.
Uit onderzoek blijkt dat een tekort aan vitamine D het serotoninegehalte in de hersenen wordt verlaagd. Een serotoninetekort kan zelfs leiden tot depressie. Uit meerdere onderzoeken blijkt het verband tussen een tekort een vitamine D en het humeur. Het sterkst is het verband bij ouderen.
Beweeg regelmatig: wandelen, sporten en bewegen lijkt misschien geen aantrekkelijk idee als je somber bent, maar het is bewezen dat sporten helpt wanneer je depressief bent. Blijf leuke dingen doen: leuke dingen blijven doen met vrienden of familie is erg belangrijk als je depressief bent.
Over het algemeen gaan de klachten binnen drie maanden vanzelf over, maar als hulp te laat komt kunnen klachten flink verergeren en kan je depressie zelfs chronisch worden. Erkennen dat je depressief bent is vaak de eerste stap naar herstel. Depressiviteit worden niet altijd tijdig herkend.
Angst en paniekaanvallen: Serotonine draagt bij aan het reguleren van de stemming. Een verlaagde hoeveelheid aan serotonine kan niet alleen leiden tot depressieve gevoelens, maar kan ook een verhoogde mate van paniek en angst veroorzaken. Bovendien kan dit gepaard gaan met fobieën en obsessieve gedachten.
In het nieuws. Een Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat te veel suiker eten niet alleen leidt tot overgewicht, maar ook kan zorgen voor meer depressie, angst en stress. Fructose blijkt namelijk de hersenen op een negatieve manier te beïnvloeden.
Er is niet één speciale oorzaak voor het ontstaan van een depressie. Het is bijna altijd het gevolg van een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren. Erfelijkheid is de belangrijkste natuurlijke (biologische) factor. In sommige families komen depressies vaker voor dan in andere.
Waarom voel ik me depressief? De oorzaak van een depressie verschilt erg per persoon. Sommige mensen hebben door ingrijpende (sociale) gebeurtenissen of nare ervaringen in hun jeugd depressieve gevoelens ontwikkeld. Andere mensen hebben het gevoel dat ze 'zonder reden' depressief zijn.
Geef wel de voorrang aan gezonde voedingsmiddelen (fruit, groenten, zetmeelrijke producten en vis) en beperk je consumptie van snoep, chips en vleeswaren. De ideale verhouding voor de aanvoer van energie is 10-15 % uit eiwitten, 30-35 % uit vetten, 50-55 % uit koolhydraten.
Ook zout, frisdrank, vruchtensappen en rood of bewerkt vlees kun je beter laten staan. Het eten van gezonde voedingsstoffen is juist een aanrader. Vooral belangrijk zijn: eiwitten, zink, koper, ijzer, magnesium, vitamine B en vitamine C.
U voelt zich triest voelen of hulpeloos, tot niets in staat. Het lukt niet meer om ergens nog plezier aan te beleven, u verliest interesse in onderwerpen en het is lastiger om zich te concentreren. Andere gevoelens die vaak voorkomen bij depressies zijn prikkelbaarheid, of juist een dof en leeg gevoel van binnen.
Serotonineheropnameremmers, ook wel SSRI's genoemd, regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine, een van nature voorkomende stof die een rol speelt bij stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming. Voorbeelden zijn citalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine en sertraline.
Wanneer gaat somberheid over in een depressie? Het verschil zit vooral in de duur en de hevigheid van de gevoelens. Iedereen voelt zich wel eens somber. Je kunt een baaldag hebben en daarna weer blij zijn, of je een tijdje somber voelen na een vervelende gebeurtenis.
Neurotransmitters. Bepaalde stoffen in de hersenen maken een mens kwetsbaar voor depressie. Dat zijn de zogenaamde neurotransmitters, die zorgen voor emoties, eetlust en concentratievermogen. Enkele van deze neurotransmitters, namelijk serotonine en noradrenaline, werken in op de stemming.
Zware depressie
Zware depressies hebben een grote invloed op het dagelijks leven: je gaat op den duur nergens meer naar toe, het lukt niet meer om te werken, boodschappen te doen, voor kinderen te zorgen en een normaal dag- en nachtritme te volgen.
Een depressie is een multifactoriële aandoening. Dit houdt in dat meerdere zaken een rol spelen bij het ontstaan van de stoornis. Erfelijkheid is daar één van. Kinderen van ouders met een depressie hebben bijna 3 keer zo veel kans om zelf een depressie te krijgen.
Wat wél effectief lijkt en ook in de zorgstandaard wordt aanbevolen is een hoge dosering van het omega-3 vetzuur EPA als toevoeging aan een antidepressivum bij de behandeling van een depressie. In de meta-review wordt daarbij een dosering van 2200mg EPA per dag genoemd.
Patiënten klagen over tintelingen en een dof gevoel in handen en voeten. Dit kan overgaan in een zwaar gevoel en moeilijkheden met lopen. Ook kunnen er coördinatieproblemen en psychische stoornissen optreden. Vraag je arts om je vitamine B12 gehalte te controleren wanneer je deze klachten bij jezelf herkent.