Een 5.0 is in het Nederlandse onderwijssysteem officieel geen voldoende. De standaardgrens voor een voldoende ligt op 5.5, wat betekent dat je kind met een 5.0 een onvoldoende heeft gehaald.
Als studenten een 5,5 of hoger halen, betekent dat dat ze een voldoende hebben gehaald. Er zijn ook aangepaste rekenexamens voor studenten met ernstige rekenproblemen of dyscalculie (2ER of 3ER). Met deze rekenexamens worden ook de referentieniveaus 2F en 3F getoetst.
Dit geeft aan dat de student alleen vakken heeft gevolgd met een gemiddeld cijfer van 5,0 en overal A's (of A+'en) heeft gehaald . Echter, wanneer vakken gewogen worden, kunnen perfecte cijfers (allemaal A's) resulteren in een 5,0 in plaats van de standaard 4,0 (of zelfs hoger).
Je mag één 4 hebben, maar dan moeten al je andere eindcijfers 6 of hoger zijn en het gemiddelde van al je eindcijfers ten minste 6,0 zijn. Je mag twee keer een 5 hebben of één 5 en één 4, maar dan moeten al je andere eindcijfers 6 of hoger zijn en het gemiddelde van al je eindcijfers ten minste 6,0 zijn.
Regels cijfers en resultaten
Een 5 (of lager) geldt als onvoldoende, een 6 (of hoger) geldt als voldoende.
Andere universiteiten hanteren een 5-puntsschaal, waarbij het hoogste cijfer een 1,00 is en het laagste een 5,00 ( onvoldoende ).
In Nederland werken we met een cijferschaal van 1 tot 10, waarbij 5.5 de officiële grens is tussen een onvoldoende en een voldoende. Een 5.0 valt dus net onder deze grens en telt als onvoldoende. Dit systeem geldt voor zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs, van de brugklas tot en met het eindexamenjaar.
Als je bent gezakt, kun je het vwo-examenjaar overdoen. Je doet dan in het nieuwe schooljaar het volledige (centraal) examen opnieuw. Je school kan je hier meer over vertellen. Je kunt ook in het volwassenenonderwijs (vavo) examen doen voor de vakken die je nog niet hebt gehaald.
Gemiddeld moeten alle resultaten van je centraal examen minimaal een 5,5 (voldoende) zijn. Dit wordt de 5,5–regel genoemd. Zijn al je eindcijfers dus hoger dan een 6, dan ben je sowieso geslaagd.
Vwo is een stuk moeilijker dan havo, vooral omdat de lesstof dieper gaat en meer abstract denken vraagt. Leerlingen krijgen niet alleen meer huiswerk, maar moeten ook zelfstandiger werken en complexere verbanden leggen. Het tempo ligt hoger en de theoretische aanpak vraagt een andere manier van leren.
Als je gemiddelde cijfer (CGPA) tussen 4,5 en 5,0 ligt, ben je een eersteklas afgestudeerde . Als je CGPA tussen 3,5 en 4,49 ligt, ben je een tweede klas met onderscheiding. Als je CGPA tussen 2,5 en 3,49 ligt, ben je een tweede klas met een lage score. Als je CGPA tussen 1,0 en 2,49 ligt, ben je geslaagd.
Een "A" staat gelijk aan een 5,0 voor het GPA, maar het hoogste cijfer voor een vak is een A+, wat geen extra punten oplevert voor het GPA. Het lijkt erop dat ongeveer 10% van de bachelorstudenten afstudeert met een GPA van 5,0 . Tenzij er sprake is van cijferinflatie, was dat vroeger veel minder dan 10%.
Je kunt dan berekenen, welk cijfer je moet halen voor je centraal eindexamen om een voldoende (5,5) te staan. Je doet dit als volgt: 0,5 × 7,2 = 3,6 (het schoolexamen telt namelijk voor 50% mee) 5,5 – 3,6 = 1,9.
| Cijfer 5 is gelijk aan een cijfer tussen een C en een B. | Een hoge 6 is gelijk aan een hoge B. Cijfer 4 is een voldoende. Cijfer 5 is een goede voldoende.
De kernvakkenregel houdt in dat je voor de kernvakken Engels, Nederlands en Wiskunde maximaal één 5 mag halen. Voor de andere kernvakken moet je minimaal een 6 halen. Wanneer je voor twee kernvakken een onvoldoende haalt, ben je niet geslaagd. Compensatiepunten tellen dus niet mee voor de kernvakken.
Het eindcijfer per vak wordt afgerond naar 1 decimaal voor de berekening van het gewogen gemiddelde (bijvoorbeeld een 5.45 wordt afgerond naar een 5.5).
De uitslagbepaling (zak/slaagregeling) is als volgt: Het gemiddeld centraal examencijfer moet onafgerond een 5,5 of hoger zijn (sinds 1 augustus 2011). Voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde mag maximaal één 5 als eindcijfer behaald worden op havo en vwo.
De Zwarte Lijst van het CBR is een register waarin namen van personen worden opgenomen die slecht of niet kunnen autorijden. Tenminste, dat wordt gedacht, maar in werkelijkheid bestaat die zwarte lijst alleen maar voor mensen waarvan het rijbewijs is ingevorderd of een gevaar op de weg zijn.
Cijfers worden toegekend op een schaal van 0 tot 10, waarbij 0 het laagste en 10 het hoogste cijfer is. Cijfers vanaf 6 worden als "geslaagd" beschouwd. Om een diploma te behalen mag een cijfer boven de 6 geen ander cijfer onder de 6 compenseren; met andere woorden, alle cijfers moeten minstens een 6 zijn.