Net als 30km/uur-gebieden kent ook een erf geen fietsvoorzieningen en zijn eventuele kruispunten gelijkwaardig.
Kruispunten en rotondes
Binnen de bebouwde kom liggen deze kruispunten in een verblijfsgebied die veelal als 30 km/uur zone of erf. Buiten de bebouwde kom liggen ze in 60 km/uur zone. Bestuurders van rechts hebben op deze kruispunten voorrang.
In 30km/uur-gebieden mengen langzaam en gemotoriseerd verkeer. Dat wil zeggen dat er in principe voor fietsers geen aparte voorzieningen zijn, en soms ook niet voor voetgangers.
Verkeersregels op een woonerf
Automobilisten moeten stapvoets rijden. Dat betekent dat de maximumsnelheid op een woonerf 15 km/u is. Fietsers mogen dus ook niet harder dan deze snelheid rijden.
De voornaamste reden om tot aanleg van een 30 km/h-zone over te gaan is een verbetering van de verkeersveiligheid voor met name kinderen in woonwijken. Verkeersbord 30 km/h-zone (Nederland) Verkeersbord zone 30 (België) Een grote aanduiding op het wegdek bij nadering van een 30 kilometerzone.
Een 30km/uur-gebied wordt ook wel een 'zone 30' of 'verblijfsgebied' genoemd. Het gebied ligt meestal binnen de bebouwde kom en bestaat uit aaneengesloten erftoegangswegen met een snelheidslimiet van 30 km/uur. De gebieden hebben een verblijfsfunctie waar langzaam en gemotoriseerd verkeer mengen.
Erftoegangswegen liggen in een verblijfsgebied en bieden toegang tot woningen, bedrijven, scholen, winkels, enzovoort. Dat betekent dat de verblijfsfunctie hier belangrijker is dan de verkeersfunctie en dat hier allerlei soorten verkeer met elkaar mengen: voetgangers, fietsers, auto's, en vrachtauto's.
Op een erf mogen voetgangers de gehele breedte van de straat benutten om te lopen en te spelen; er zijn geen voetgangersvoorzieningen zoals een trottoir of voetpad. Er mag alleen geparkeerd worden op daarvoor aangegeven plaatsen (aangeduid met een P in het wegdek).
Op een woonerf gelden geen speciale voorrangsregels. Voetgangers en fietsers hebben dus niet altijd voorrang op een woonerf, zoals sommige mensen denken. Bij het inrijden of verlaten van een woonerf kan er sprake zijn van een uitrit, waar bestuurders al het andere verkeer voor moeten laten gaan.
De erven worden gebruikt om te parkeren, maar doorgaand verkeer is nog steeds niet mogelijk. Hierdoor is er minder verkeer en kunnen kinderen op de erven spelen. Het begrip 'woonerf' was zo revolutionair, dat er veel kijkers op af kwamen, en het begrip 'woonerf' in de Engelse taal onvertaald werd overgenomen.
Om schoolgaande kinderen en jongeren te beschermen worden schoolomgevingen daarom bijna overal afgebakend met een zone 30. Het begin herken je aan de combinatie van 2 verkeersborden: een gevaarsbord dat wijst op de aanwezigheid van veel kinderen, met daaronder een zone 30 bord dat de snelheidslimiet aanduidt.
De minimale maat voor een trottoir is 1,80 meter breed met een obstakelvrije doorgangsbreedte van 1,50 meter. Deze obstakelvrije ruimte is minimaal noodzakelijk om de straat te ontsluiten voor alle gebruikers inclusief mindervaliden. bij drukke winkelstraten is de minimale maat 2,50 meter.
De wetgeving rond de zones 30 bepaalt dat de toegang tot de zone duidelijk herkenbaar moet zijn door de plaatsgesteldheid, door de inrichting of door beide. Er dient aan de randen van de zone 30 dus een soort 'poorteffect' aanwezig te zijn of te worden gecreëerd.
Woonerf bord
De ingang van een erf herken je aan het Verkeersbord G5. Het einde van een erf herken je aan het Verkeersbord G6. Voetgangers mogen de wegen van een erf gebruiken om op te lopen. Binnen een erf spelen ook vaak kinderen op straat.
In een tuinbestemming zie je dat verbod meestal niet staan. Het zou ook raar zijn omdat tuin gerelateerd is aan de inrichting wonen. Een tuinbestemming behoort daarom wel tot het erf bij de woning.
Het woonerf is een straat of plein(tje) waarbij de nadruk zeer sterk ligt op de verblijfsfunctie: wonen, spelen, wandelen enzovoort. Doorgaand verkeer is op een woonerf niet mogelijk. De filosofie hierachter is dat de auto "te gast" is in het woonerf.
Voorrang woonerf
In een woonerf of 30 km zone gelden de normale voorrangsregels. Bij een gelijkwaardig kruispunt hebben bestuurders van rechts dus voorrang. Kom je uit een uitritconstructie (bijvoorbeeld hoogteverschil door een oprit)? Dan moet je alle weggebruikers voor laten gaan.
Verkeersregels op een erf
Je mag op een erf alleen stapvoets rijden. Dit betekent niet harder dan 15 kilometer per uur. Je mag je auto op een erf alleen op plekken parkeren die als parkeerplaats zijn gemarkeerd. Het erf is een plek voor kinderen, voetgangers en fietsers.
Alle bestuurders van RECHTS gaan voor. Dit geldt niet alleen voor auto's, maar ook voor fietsers, bromfietsers en bestuurders van invalidenvoertuigen. Een fietser die van rechts komt heeft dus voorrang op een automobilist. Deze regel is mogelijk doordat auto's stapvoets op een woonerf moeten rijden.
Volgens het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 mag binnen een erf niet sneller worden gereden dan 15 kilometer per uur. Binnen de bebouwde kom vindt de meeste interactie plaats tussen automobilisten en kwetsbare verkeersdeelnemers en zijn de gevaren het grootst.
Soorten erf- en perceelafscheidingen
Erf- en perceelafscheidingen zijn tuinmuren en schuttingen van beton of hout. Maar ook vlechtschermen en andere kant-en-klare afscheidingen vallen hieronder. Een heg of een rij coniferen is geen erf- of perceelafscheiding, omdat hierbij geen sprake is van bouwen.
De erftoegangswegen buiten de bebouwde kom zijn onder te verdelen in wegen van type I (verhardingsbreedte: 4,50-6,20 m) en type II (2,50-4,50 m) (Tabel 2). De limiet van 60 km/uur op erftoegangswegen is vanuit het Duurzaam Veilig-gedachtegoed eigenlijk te hoog voor menging van verkeerssoorten.
De verschillende wegen in Nederland zijn rijkswegen, provinciale wegen, lokale wegen en waterschapswegen.