Blaaskanker is een ziekte die zeker behandeld moet worden. De kans op genezing na de behandeling – dit noemen we de prognose - hangt sterk af van het stadium van de ziekte. Niet-spier-ingroeiende blaaskanker kunnen we lokaal behandelen zonder dat de blaas moet worden verwijderd.
Van alle mensen met een oppervlakkige blaaskanker leeft meer dan 90 procent na 5 jaar nog. Bij spier-invasieve blaaskanker ligt dat aantal op 37 procent. De overlevingskansen zijn onder meer afhankelijk van hoe ver de kanker zich al heeft ontwikkeld op het moment van de diagnose.
Patiënten met oppervlakkig blaaskanker zijn goed te genezen. Hun leven wordt niet door de ziekte bedreigd, maar de ziekte kan wel gemakkelijk terugkomen. Controles worden daarom volgens een vast schema voor langere tijd uitgevoerd.
Indien er sprake is van blaaskanker dan zijn er kwaadaardige tumoren gevonden. Bij 95% van de tumoren in de blaas is sprake van kwaadaardige gezwellen. Slechts 5% is goedaardig. In Nederland krijgen jaarlijks zo'n 6800 mensen de diagnose blaaskanker (cijfers 2018).
Bijwerkingen en gevolgen
Seksuele functiestoornissen komen zeer veel voor na de operatie zowel bij man als vrouw. Bij mannen kan dat bestaan uit erectiestoornissen en verlies van zaadlozing. Bij vrouwen kan dat bestaan uit droogheid van de vagina en pijn bij het vrijen.
U heeft voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Een oncologieverpleegkundige vertelt u over de operatie en de voorbereidingen. Een blaasverwijdering is een zware operatie. We bespreken hoe u uw lichaam hierop voorbereidt en daarmee de kans vergroot dat u goed herstelt.
Uw herstel
U zult waarschijnlijk 1 tot 2 weken pijnstillers nodig hebben. U kunt verwachten dat uw urostoma (stoma) in het begin gezwollen en gevoelig is . Dit verbetert meestal na 2 tot 3 weken. U kunt wat bloed in uw urine opmerken of dat uw urine lichtroze is gedurende de eerste 3 weken na de operatie.
Een type dunne, stijve cystoscoop, een resectoscoop genaamd, wordt via uw urethra in uw blaas gebracht. De resectoscoop heeft een kleine telescoop waar de arts doorheen kan kijken en een draadlus aan het uiteinde die wordt gebruikt om afwijkend weefsel of tumoren te verwijderen. Het verwijderde weefsel wordt naar een laboratorium gestuurd voor onderzoek.
Meestal is blaaskanker 'oppervlakkig'. Dat betekent dat de tumor in het slijmvlies van de blaas zit, maar niet is doorgegroeid in de spierwand van de blaas. We noemen dit niet-spierinvasieve blaaskanker. Als een blaastumor wél is doorgegroeid in de spierwand van de blaas noemen we dit spierinvasieve blaaskanker.
Uitwendige bestraling kan: pijn door de blaaskanker verminderen. pijn van uitzaaiingen verminderen. Blaaskanker zaait meestal uit naar de lymfeklieren, longen, lever en botten.
Blaaskanker is al meer dan tien jaar een belangrijk aandachtsgebied van het UMC Utrecht. We werken samen in Oncomid, een netwerk van ziekenhuizen voor diagnostiek en behandeling volgens de nieuwste inzichten. Doordat we veel onderzoek doen, kunnen we de behandeling van blaaskanker steeds verder verbeteren.
Leven zonder blaas
De arts kan tijdens de operatie een urinestoma aanleggen: een opvangzakje voor urine buiten je lichaam. Je plakt het zakje aan je been en moet het regelmatig legen. Of je krijgt een nieuwe blaas: een neoblaas. Lees verder over een urinestoma of over een neoblaas.
Een niet-spierinvasieve, maar agressieve tumor, kan na verloop van tijd doorgroeien in de blaasspier. Bij 50 tot 70% van de patiënten met een niet-spierinvasief blaascarcinoom komt de tumor terug na behandeling. De kans op terugkeer is het grootst in de hoog-risicogroep.
Patiënten met oppervlakkige blaastumoren hebben een grote kans op genezing. Meer dan 90% van de patiënten leeft nog 5 jaar na diagnose. Patiënten met spierinvasieve tumoren hebben een slechtere 5-jaarsoverleving. Meer dan de helft van deze patiënten is 5 jaar na de diagnose overleden aan blaaskanker.
Ongeveer de helft van de gevallen van blaaskanker komt door roken. Als u rookt, hebt u vier keer meer kans om blaaskanker te ontwikkelen. Een tweede belangrijke risicofactor is het werken met bepaalde chemische stoffen, zoals in verf, kleurstof, metalen en aardolie, die kankerverwekkend zijn.
Stadia bij blaaskanker
T1: de tumor is nog oppervlakkig, maar groeit al wel in de bindweefsellaag onder het slijmvlies (nog niet in de spierlaag). T2: de tumor groeit ook door in de spierlaag. T3: de tumor groeit ook door in het omliggende vetweefsel.
Tumoren van de blaas kunnen goedaardig zijn, maar zijn meestal kwaadaardig.
Wanneer blijkt uit onderzoeken dat er een tumor in de blaas zit, plannen wij een operatie voor u. Een blaastumor moet altijd verwijderd worden, omdat deze groter kan worden, bloedingen kan veroorzaken en agressiever kan worden. Hier leest u meer over behandelingen bij blaaskanker.
T2: de tumor is tussen de 2 en 5 centimeter groot. T3: de tumor is groter dan 5 cm. T4: de tumor is in de omliggende weefsels gegroeid. De grootte van de tumor maakt hierbij niet uit.
Het duurt 6 weken vanaf de datum van de operatie om volledig te herstellen van uw operatie. Dit kan worden verdeeld in twee delen: de eerste 2 weken en de laatste 4 weken. Tijdens de eerste 2 weken vanaf de datum van uw operatie is het belangrijk om "een persoon van ontspanning" te zijn.
Als de urineblaas is verwijderd, moet uw urine het lichaam op een andere manier verlaten. Dit kan door een urinestoma te maken van een stukje dunne darm. De stoma kan geen urine bewaren, waardoor de urine er vanzelf uitloopt en in een zakje wordt opgevangen.
Klachten en symptomen blaaskanker
Niet-spierinvasieve blaastumoren veroorzaken geen pijn in de blaasstreek, en leiden zelden tot urinewegklachten. Als wel klachten worden ervaren, dan betreft het vaak: Bloed in de urine (voor zowel mannen als vrouwen de meest voorkomende klacht)
Urineretentie: alles over de behandeling en de symptomen. Het niet spontaan kunnen plassen bij een volle blaas of wanneer je niet in staat bent om je blaas helemaal te legen, wordt urineretentie genoemd. Urineretentie kan plots optreden, dit heet acute urineretentie of zich langzaam ontwikkelen (een chronische vorm).
Uw arts kan een blaasophangingsoperatie aanbevelen als u matige tot ernstige stressincontinentie heeft die niet verbetert met niet-invasieve behandelingen zoals Kegeloefeningen, medicijnen en elektrische stimulatie .
Op deze manier kunnen eventuele losgemaakte deeltjes en bloedstolseltjes uit de blaas gespoeld worden. Na de operatie krijgt u een blaaskatheter. U krijgt geen wond aan de buitenkant van het lichaam. De operatie duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.