Een beenlengteverschil kan verschillende oorzaken hebben; Erfelijk bepaald; een beenlengteverschil ontstaat dan tijdens de groei. Botbreuk; een botbreuk tijdens de groei kan het groeiproces verstoren waardoor een beenlengteverschil ontstaat.
Oorzaken van een beenlengteverschil
een been dat harder groeit dan het andere been, bijvoorbeeld door neurofibromatose, het Klippel-Trenaunay-syndroom of het Beckwith-Wiedemann-syndroom. een beschadigde groeischijf, bijvoorbeeld door een botbreuk of een infectie op jonge leeftijd.
Hoewel een beenlengteverschil niet altijd direct voor pijnklachten zorgt, is wel aan te raden het verschil te verkleinen. De verkeerde houding kan op langere termijn voor klachten in het gehele lichaam zorgen. Een beenlengteverschil kan gecompenseerd worden door een hakverhoging in of onder de schoenen te dragen.
90% van de mensen heeft een beenlengteverschil van 0,6 cm. Een studie onder militairen liet een beenlengteverschil van 0,5 – 1,5 cm zien. Een onderzoek onder hardlopers liet zien dat bijna 40 % van de mensen een beenlengteverschil heeft.
Als oefeningen het beenlengteverschil niet voldoende kunnen verhelpen, wordt het verschil in beenlengte gecompenseerd door een verhoging van de zolen. Het dragen van deze steunzolen onder de voeten van het kortste been kunnen de bekkenstand en uiteindelijk ook de stand van de wervelkolom corrigeren.
Wanneer er sprake is van een beenlengteverschil, kan dit gecompenseerd worden door onder het kortere been een kleine verhoging aan te brengen. Er komt dan een hakverhoging onder de inlegzool, maar in de schoen. Afhankelijk van de schoen is een verhoging tot circa 15 millimeter haalbaar.
De meeste beenlengteverschillen na een heupvervangende operatie verdwijnen binnen 3-6 maanden . Totale heupvervanging is een veelvoorkomende orthopedische operatie en de complicaties die met de operatie gepaard gaan, zijn zeldzaam.
Kort gezegd gaat het Postural Restoration Institute ervan uit dat het volkomen normaal is dat we abnormaal zijn. Ons lichaam is asymmetrisch van binnen (en van buiten) en door onze asymmetrische anatomie zijn we geneigd om binnen een aantal voorspelbare patronen te bewegen.
Vaak maken we eerst een röntgenfoto van je benen terwijl je staat. Hierop kunnen we heel precies meten hoe groot het beenlengteverschil is. Daarna bespreken we of er meer onderzoek nodig is. Soms doen we bijvoorbeeld nog een MRI-scan of een CT-scan.
Bij een groeistoornis gaat het meestal om een beenverlenging. Het doel van de operatie is: langer worden. In totaal kan het been wel 20 centimeter worden opgerekt. Daar zijn wel meerdere operaties voor nodig.
Een chiropractor kan het bekken niet recht zetten, maar pakt de onderliggende oorzaak aan. Als dit probleem verholpen is zullen de klachten afnemen. Tijdens de zorg zal de chiropractor met behulp van lichamelijk onderzoek verschillende zaken vaststellen. Eerst wordt er gekeken hoe erg het bekken scheef staat.
Rek en strek. Heb je tijdens het wandelen last van stramme spieren, krijg je last van je schouders of merk je dat je scheef begint te lopen? Las even een (lunch)pauze in om wat te rekken en te strekken.
Als 1 been meer dan 2 centimeter korter is dan je andere been, kun je een beenverlenging krijgen. Dit gebeurt met een operatie. Je been wordt verlengd met een pen in het bot. Dit heet distractie-osteogenese.
Door een bekkenscheefstand kunnen er klachten ontstaan, zoals lage rugpijn, pijn in het bekken of in de benen. Dit komt doordat het lichaam de scheefstand probeert te compenseren.
Slijtage van de heup
Het kraakbeen van het heupgewricht kan worden aangetast door slijtage, dit noemen we artrose. Kenmerkend voor artrose is dat de hoogte van de kraakbeenlaag afneemt en het gewricht meer op elkaar komt te zitten. Artrose van het heupgewricht wordt coxartrose genoemd.
Klachten door beenlengteverschil
Maar bij sommige mensen veroorzaakt een beenlengteverschil wél klachten in voeten, knieën, heupen of (onder)rug. Ook kan er een abnormale kromming van de wervelkolom of een scheefstand van het bekken ontstaan, en is tijdens het lopen soms een duidelijke waggelende gang te zien.
Hoeveel beenlengteverschil is normaal? Veel mensen hebben een verschil in beenlengte. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat meer dan 90% van de mensen een beenlengteverschil heeft. Het gemiddelde verschil bedraagt ongeveer 0,5 cm.
Waarom ga ik krom lopen? Krom lopen kan verschillende oorzaken hebben, zoals het verlies van spiermassa en minder kraakbeen in je lichaam. Dit maakt gewrichten, vooral in de heupen, knieën en wervelkolom, minder flexibel. Bewegen gaat moeilijker.
Het overkomt ons allemaal op de een of andere manier, maar als u zwelling in slechts één van uw benen heeft, lijdt u waarschijnlijk aan een aandoening die lymfoedeem wordt genoemd . Lymfoedeem is een aandoening die het lymfestelsel aantast, wat deel uitmaakt van het bloedsomloopstelsel.
Dominantie van de ledematen
Meestal is men ofwel links dominant ofwel rechts dominant. Bij uitzondering komt ook gekruiste dominantie voor: linksvoetig en rechtshandig (of rechtsvoetig en linkshandig). Men vermoedt dat er een verband is tussen gekruiste dominantie en het voorkomen van leerstoornissen.
Als het hart door een instroombelemmering, een uitstroombelemmering of een defecte pompwerking niet voldoende veneus terugvloeiend bloed kan verwerken, stijgt de veneuze druk en treedt er meer vocht uit het vaatstelsel. Oedeem ontstaat vooral van de onderbenen en de laagliggende delen van het lichaam. Dubbelzijdig!
Vaak is het verschil minimaal en veroorzaakt het geen symptomen. Als er een grotere discrepantie optreedt, kan het gebruik van een schoenlift helpen het probleem te verhelpen . Nieuwe chirurgische technieken, zoals robot-geassisteerde chirurgie, helpen de chirurgische uitkomsten te verbeteren door de precisie voor de positie en uitlijning van implantaten te vergroten.
Zwaardere klussen mag je de eerste weken niet doen. Bijvoorbeeld stofzuigen en de bedden opmaken. Doe de eerste weken ook geen klussen waarbij je moet hurken of veel bukken. Bijvoorbeeld de wasmachine vullen als die op de grond staat.
Meer dan 50% van de mensen heeft een subtiel verschil in hun beenlengte. Deze milde variaties veroorzaken meestal geen problemen. Echter, voor het kleine percentage mensen met een beenlengteverschil groter dan 2 cm , kan het lengteverschil hun welzijn en kwaliteit van leven beïnvloeden.