De functie SOM.ALS in Excel telt waarden in een bereik op basis van één specifiek criterium. De formule =SOM.ALS(bereik; criterium; [optel_bereik]) controleert het 'bereik' op het 'criterium', en telt alleen de getallen in het 'optel_bereik' op die hieraan voldoen. Microsoft Support +2
Met de formule =SOM. ALS(B2:B5; "John"; C2:C5) telt u alleen de waarden in het bereik C2:C5 op wanneer de overeenkomende cellen in het bereik B2:B5 gelijk zijn aan "John".
Gebruik de functie ALS, een van de logische functies, om één waarde te retourneren als een voorwaarde waar is en een andere waarde als de voorwaarde onwaar is. Bijvoorbeeld: =ALS(A2>B2;"Budget overschreden";"OK") =ALS(A2=B2;B4-A4,"")
Werken met de functie ALS
"De som" is in de wiskunde het resultaat van een optelling, maar kan ook een bedrag geld betekenen, of een rekenopdracht zelf, zoals bij de product-som-methode waar je twee getallen zoekt die vermenigvuldigd een product zijn en opgeteld een bepaalde som hebben. Kortom, het gaat altijd om een totaal of een bij elkaar opgeteld geheel.
Om de som van twee of meer getallen te vinden, tel je ze bij elkaar op . Begin door de getallen op te schrijven of in gedachten te houden, en tel vervolgens elk cijfer op de corresponderende plaatswaarde bij elkaar op.
Om een som te maken in Excel gebruik je de SOM functie (bijvoorbeeld =SOM(A1:A5) voor cellen A1 tot A5) of de AutoSom knop (∑), die automatisch de functie invoegt voor een geselecteerd bereik; start elke formule met een gelijkteken = en druk op Enter om het resultaat te zien, waarbij je cellen kunt optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
In de Nederlandstalige versie van Excel doet Ctrl+T twee dingen: het maakt een officiële Excel-tabel van je gegevens (inclusief opmaak, filters, etc.) als je data geselecteerd is, en het toont of verbergt alle formules in het werkblad, waarbij het wisselt tussen de resultaten en de formules zelf. De 'T' staat hier voor 'Toggle', ofwel schakelen tussen weergaven.
Vergelijking voor het optellen van functies: Gegeven twee functies, {eq}f(x) {/eq} en {eq}g(x) {/eq}, wordt de som van deze functies aangeduid als {eq}(f+g)(x) {/eq} of {eq}(g+f)(x) {/eq} en kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking. Het optellen van twee functies is niet anders dan het optellen van twee polynomen, waarbij we gelijksoortige termen combineren.
Klik op de cel waar u een formule wilt toevoegen. Klik op de knop 'Functie invoegen'. Zoek naar een functie met behulp van een van de volgende methoden: Typ een paar trefwoorden die de gewenste functie beschrijven en klik op 'Ga'.
Open een nieuw Excel-werkblad en selecteer een cel waarin u de formule wilt invoegen. Typ =ALS( in de cel en voer vervolgens de logische test of voorwaarde in die u wilt controleren . Bijvoorbeeld: =ALS(A1>50, “Geslaagd”, “Niet geslaagd”) controleert of de waarde in cel A1 groter is dan 50.
Enkele van de meestgebruikte sneltoetsen zijn: F1 voor het weergeven van help of de Office-assistent, F2 om de actieve cel te bewerken, F3 om een naam of functie in een formule te plakken en F4 om de laatste actie te herhalen. Met F5 kunt u naar een cel gaan of gegevens zoeken, met F6 kunt u tussen vensters schakelen en met F7 kunt u de spelling controleren.
Syntaxis. Gebruik de functie ALS, een van de logische functies, om één waarde te retourneren als een voorwaarde waar is en een andere waarde als de voorwaarde onwaar is. Bijvoorbeeld: =ALS(A2>B2;"Budget overschreden";"OK")
Probleem: De formule verwijst naar cellen in een gesloten werkmap. Als de functies SOM. ALS/SOMMEN. ALS verwijzen naar een cel of een bereik in een gesloten werkmap, wordt de fout #WAARDE!
Als je ze combineert met een ALS-instructie, zien ze er als volgt uit: EN – =ALS(EN(Iets is waar, iets anders is waar), Waarde als waar, Waarde als onwaar) OF – =ALS(OF(Iets is waar, iets anders is waar), Waarde als waar, Waarde als onwaar)
Combineer gegevens in Excel met het ampersand-symbool (&).
Typ = en selecteer de eerste cel die u wilt samenvoegen. Typ & en plaats aanhalingstekens met een spatie ertussen. Typ opnieuw & en selecteer vervolgens de volgende cel die u wilt samenvoegen en druk op Enter. Een voorbeeldformule zou kunnen zijn: =A2&" "&B2.
Enkele voorbeelden
Om het totaal te berekenen, kunnen jonge kinderen elk plaatje afzonderlijk tellen. In deze voorbeelden zijn 6 appels en 4 bananen te zien. Omdat we weten dat elk stuk fruit een waarde van één heeft, kunnen we eenvoudig tellen hoeveel er zijn en die bij elkaar optellen. 6 + 4 = 10 is de som.
Om een andere functie in te bedden, kunt u deze in het argumentenveld invoeren . U kunt bijvoorbeeld SUM(G2:G5) invoeren in het veld Waarde_indien_waar van de ALS-functie. Voer alle extra argumenten in die nodig zijn om uw formule te voltooien. In plaats van celverwijzingen te typen, kunt u ook de cellen selecteren waarnaar u wilt verwijzen.
Ctrl+Shift+T:heropent het laatst gesloten tabblad. Ctrl+Tab:Schakelt over naar het volgende tabblad. Ctrl+Shift+Tab:Schakelt naar het vorige tabblad.
Als je per ongeluk een tabblad sluit, kun je het snel opnieuw openen met de toetsencombinatie Ctrl+Shift+T. Met deze combinatie wordt het laatst gesloten tabblad in je browser opnieuw geopend .
In spreadsheetprogramma's zoals Microsoft Excel of Google Sheets opent het indrukken van Ctrl+G meestal het dialoogvenster "Ga naar" . Met dit dialoogvenster kunt u naar een specifieke cel of een bereik van cellen navigeren door de referentie ervan in te voeren, zoals een celadres of een benoemd bereik.
=SOM(START:EINDE!)
Noem het eerste tabblad START en het tweede tabblad END. Deze formule telt alle cellen in A1 op die zich tussen deze twee tabbladen bevinden. Beide methoden werken met andere veelgebruikte functies (bijv. =GEMIDDELDE, =AANTAL, =SOM, enz.).
Klik op de eerste lege cel onder een kolom met getallen. Klik op de werkbalk Standaard op AutoSom.
De somformule krijg je door één of meerdere formules bij elkaar op te tellen en de verschilformule krijg je door één of meerdere formules van elkaar af te trekken.