Een briefje van 100 euro wordt in de volksmond en in straattaal vaak een barkie (of barky) genoemd. Red Bull +1
Een meier was vroeger in de volkstaal de naam van een briefje van 100 gulden. Het is een afleiding van het Hebreeuwse woord mei'oh, dat 'honderd' betekent.
Andere waren fluitje (1 cent), handje (5), deuppie (10), dubbeldeuppie (20), halfom (50), kleb (kleinste eurobiljet, 5 euro), blauwtje (20 euro), hulk (100), dubbeldekker (200) en eurotop (500).
Deze zin gebruik je wanneer je geld nodig hebt en iemand vraagt of hij je geld wilt uitlenen. Je vraagt specifiek om 100 euro. Barkie betekent namelijk 100 euro.
Meier of snip: Het 100 gulden biljet, vaak 'meier' of 'snip' genoemd, is nu ongeveer €45,38 waard. Geeltje: Het 25 gulden biljet, bekend als 'geeltje', heeft nu een waarde van ongeveer €11,34. Joetje: Het 10 gulden biljet, ook wel 'joetje' genoemd, is nu ongeveer €4,54 waard.
Het 100 gulden biljet Snip werd voor het eerst uitgebracht in 1977. Aan het eind van de jaren zeventig wilden de ambtenaren op het ministerie van Financiën en de Nederlandsche Bank, een nieuwe bankbiljetten serie. De serie Erflaters werd ingeruild.
Barki betekent 'biljet van honderd gulden; bedrag van honderd gulden'.
Een ander woord voor 100 euro is dus een barkie.
Buit, poen, universeel oplosmiddel, sociale smeerolie, dinero, pegels, chachinga, moolah, beloning, bonen, losgeld, stapels.
[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Bargoens), honderd gulden.
Een joetje (of joet, joedje, juutje) is tien gulden. De benaming komt uit het Hebreeuws. In het Hebreeuwse alfabet is de letter jod (ook wel uitgesproken joed) de tiende letter.
"De oorsprong van deze meijer-namen ligt in Noordwest-Duitsland. Boerenzonen uit deze streek zochten in de 18de en 19de eeuw hun heil in het economisch aantrekkelijke Nederland, waardoor zij bovendien konden ontsnappen aan de dienstplicht onder een heerschappij die zij niet steunden.
De huidige waarde wordt geschat op rond de 725.000 euro. Dat betekent dat er bij verkoop een overwaarde op zijn optrekje rust van bijna 300.000 euro. Daar zitten dus in elk geval niet de mogelijke miljoenen die Donnie de afgelopen jaren bij elkaar heeft verdiend met zijn veelzijdige cv.
100-guldenbiljet Steenuil. In 1992 was de Snip uit de jaren zeventig aan vervanging toe. Met het nieuwe f 100-biljet Steenuil bleven vogels het thema, al ging het ontwerp van realistisch naar abstract.
Een piek was de benaming van een Nederlandse munt van één gulden. Op de guldenmunten werd vanaf het einde van de zeventiende eeuw de Hollandse maagd afgebeeld. Deze symbolische vrouw droeg een lans of piek, met daarop een vrijheidshoed.
Monnie, doekoe, floes, donnie, bankoe en barkie
Monnie, doekoe en floes betekenen letterlijk geld. Dan heb je nog donnie, bankoe en barkie die dan weer staan voor bepaalde geldbedragen. Donnie staat voor 10 euro, een bankoe is 50 euro en een barkie is 100 euro.
Bekende biljetten die ingevoerd werden, waren de zonnebloem (50 gulden), snip (100 gulden) en de vuurtoren (250 gulden).
pecunia (zn) : geld, poen, gelden, vermogen, cash, ping, slappe was, pegulanten, pegels, duiten, centen, pingping. gelden (zn) : geld, poen, middelen, ping, pecunia, pegulanten, geldmiddelen, pingping.
100 Euro, of wel een Barkie.
Een barkie (of Barky heeft in straattaal geen andere betekenis dan honderd euro.
Monnie. [Bargoens, boeventaal] geld.
100 euro noem ik honderd euro.
Bij De Nederlandsche Bank kan je niet-beschadigde eurobankbiljetten omwisselen. Bijvoorbeeld een bankbiljet van 100 euro voor vijf bankbiljetten van 20 euro.