Om grote kersen te krijgen, moet je focussen op de juiste snoeitechnieken, optimale verzorging (water en voeding) en het kiezen van het juiste ras. Grotere kersen ontstaan door minder, maar kwalitatievere vruchten per tak te laten groeien.
Snoeien – het beheren van het bladerdak
De volgende snoeitips kunnen helpen: • Vier jaar oude en oudere uitlopers produceren kleinere vruchten. Verjongingssnoei en het verwijderen van oude uitlopers zullen de vruchtgrootte verbeteren . Verwijder schaduwrijk hout aan de binnenkant van de boom. Dun twee- en driejarige takken met goed ontwikkelde uitlopers uit.
Water geven
Vooral bij aanplanten en in de zomer is water cruciaal. Een kersenboom heeft gemiddeld 30-40 liter water per week nodig. In de lente en herfst regelt de natuur dit meestal zelf, maar in droge zomers is om de dag water geven aan te raden.
Een zure kers kan geplant worden in de halfschaduw of zon, een zoete kers alleen in de zon. Een kersenboom kan op alle gronden geplant worden, maar heeft het vooral naar zijn zin op veen- of zandgrond. Voldoende afwatering is belangrijk, een kersenboom heeft niet graag natte voeten.
Het niet snoeien van bomen kan de kans op ziekten en plagen verhogen. Dode, beschadigde of zieke takken blijven hangen, waardoor ze een broedplaats worden voor schimmels, bacteriën of insecten. Dankzij het snoeien wordt de luchtcirculatie in de kroon bevordert waardoor schimmels minder kans krijgen.
Zuilvormige kersenbomen hoeven niet regelmatig gesnoeid te worden, maar alleen wanneer nodig. De volgende stappen dienen als richtlijn voor het terugsnoeien van een zuilvormige kersenboom: Snoei te lange zijtakken terug tot een lengte van 10 tot 15 cm. Snoei altijd ruim boven een naar buiten wijzende knop.
Ja, je kunt zeker verkeerd snoeien, wat kan leiden tot ziektes, verzwakking, een slechte vorm of zelfs de dood van de plant; veelgemaakte fouten zijn snoeien op het verkeerde moment (bij vorst, volle zon, of bij voorjaarsbloeiers), te veel takken in één keer weghalen, of de snede verkeerd plaatsen (stompjes laten of te dicht bij de stam), zegt ECOstyle.
Prunus avium
Kersen zijn, enkele uitzonderingen daar gelaten, over het algemeen niet zelfbestuivend (zelffertiel). Voor een goede kruisbestuiving zullen dus vaak 2 bomen aangeplant moeten worden. Kersen zijn, net als alle andere bomen met steenvruchten, via snoeiwonden zeer vatbaar voor schimmelinfecties.
Raak de kersenbloesembomen nooit aan — niet de takken, niet de stam, zelfs niet de bladeren. Waarom niet? Je handen bevatten oliën, bacteriën en warmte die de tere bomen kunnen beschadigen . Zelfs een lichte aanraking kan een litteken achterlaten.
Het heeft ook ondiepe, zich verspreidende wortels die de fundering, stoep of ondergrondse leidingen kunnen beschadigen." Johnsen stelt in plaats daarvan voor om de kleinere treurkers 'Snow Fountain' te proberen. "Deze blijft laag, maar wordt breed. Plant hem minstens 4,5 tot 6 meter van het huis af ," zegt ze.
De typische levensduur van een kersenboom is tussen de 16 en 20 jaar. Zwarte kersenbomen (Prunus serotina) kunnen 250 jaar worden, maar de gemiddelde levensduur van een zwarte kers is 100 jaar. Kersenbomen zijn namelijk heel gevoelig voor ziektes. Zoete kersenbomen worden meestal ouder dan zure kersenbomen.
Ook bevatten kersen veel vitamines en mineralen die erg belangrijk zijn als je vet wilt verbranden. Let op: Hoewel kersen erg gezond zijn, bevatten ze ook fructose (fruitsuiker). Dit kan het afvallen tegenwerken. Daarom is het belangrijk om niet te veel kersen te eten.
Zoete kersen stellen hoge eisen aan de grond. Geef je kersenboom vochthoudende, diep doorwortelbare, lichte kleigrond. Het wordt ook aangeraden om de eerste 10 jaar de zoete kersen niet te bemesten om de kans op ziektes en gommen te verkleinen. Na deze leeftijd kan je ze weer bemesten, in april en in juni.
Fosforrijke meststoffen zoals monoammoniumfosfaat (synthetisch) en visbeendermeel (organisch) zijn met name effectief in de vroege groeifase om een sterk wortelstelsel en bloei te bevorderen. Kalium (K): Kalium is essentieel voor het verbeteren van de vruchtgrootte, de smaak en de ziekteresistentie.
Bodem- en standplaatskeuze: Kersen- en perenbomen groeien het best in de volle zon en in goed doorlatende, leemachtige grond met een pH van 6,0-6,8 .
Leng de maïzena aan met wat kersensap. Voeg eventueel meer maïzena toe, afhankelijk van de hoeveelheid sap. Verwarm het kersensap tot het kookt. Voeg de maïzena toe en blijf roeren tot het sap gebonden is.
Vermeerdering van kersenbloesem kan succesvol worden bereikt door middel van stekken, een veelgebruikte methode voor vele houtige planten. Verzamel semi-harde houtstekken van gezonde, ziektevrije ouderplanten.
Mogelijke oorzaken voor het afvallen van de vruchten kunnen zijn blootstelling aan sterke, overheersende wind, te droge grond of, vreemd genoeg, het tegenovergestelde: 'natte voeten' (wanneer de grond slecht draineert en de wortels in natte, drassige grond staan).
Sakura is in de Japanse cultuur een symbool van geluk en hoop . Het sakura-seizoen heeft ook een aanzienlijke impact op de Japanse economie. Het trekt in deze periode veel toeristen aan, omdat de parken en tuinen met kersenbloesems veel internationale reizigers trekken.
Kersenbomen hebben over het algemeen een korte levensduur, meestal tussen de 15 en 30 jaar . Zwarte kersenbomen kunnen echter wel 250 jaar oud worden. De oudst bekende kersenboom is de beroemde Jindai Zakura in Japan, die naar schatting 2000 jaar na de aanplanting nog steeds elk voorjaar bloeit.
Idealiter snoei je pas midzomer, nadat alle kersen in juli-augustus zijn geplukt. Snoeiwonden kunnen dan namelijk goed helen, waardoor je schimmels zoals zilverblad voorkomt. In oktober-november staat de groei en sapstroom van de kersenboom even stil. Dan kun je eventueel wat takken wegnemen, maar zeker niet teveel.
Geschikte planten voor een boomspiegel zijn bijvoorbeeld vrouwenmantel (Alchemilla mollis), ooievaarsbek (Geranium), schoenlappersplant (Bergenia 'Winterglod') en hartlelie (Hosta lancifolia), maar ook bolgewassen zoals sneeuwklokjes (Galanthus), de boshyacint (Hyacinthoides) en de prairielelie (Camassia).
Volg de 1/3-regel
Houd er bij het snoeien rekening mee dat u in één keer maximaal een derde van de groei van de plant veilig kunt verwijderen . Soms is het nodig om meer te snoeien, bijvoorbeeld om een verwilderde struik te verjongen, maar over het algemeen is de 'eenderde-regel' de beste richtlijn.
Snoei maximaal 20% van de blad dragende takken weg. Door meer weg te snoeien wordt de groei van de boom belemmerd, omdat de boom dan te weinig bladeren heeft. Snoei een tak altijd aan de basis.
Takken die ver uitsteken of omhoog schieten kun je iets inkorten. Snoei altijd boven een knop die naar buiten wijst, zodat de nieuwe groei van de boom naar buiten gaat. Kersen groeien vooral op tweejarig hout. Wees daarom voorzichtig met het verwijderen van jonge takken - deze dragen volgend jaar juist vrucht.