De verbranding van hout is een complex, exothermisch (warmte-afgevend) proces waarbij hout in aanwezigheid van zuurstof wordt omgezet in warmte, licht, waterdamp, kooldioxide en rookgassen. Dit proces verloopt in drie opeenvolgende, vaak overlappende fasen: drogen, pyrolyse (vergassing) en de uiteindelijke verbranding van koolstof (gloeifase). Braakman kachels en haarden +2
De zuurstof uit de lucht combineert met de koolstof en waterstof uit het hout (hout is gebonden koolstof in vaste vorm), waarbij energie vrijkomt in de vorm van warmte en licht. Een verbrandingsproces verloopt altijd in drie fasen: drogen, ontgassen en oxidatie .
Bij de verbranding van hout en houtskool komt houtrook vrij. In deze rook zitten verontreinigende stoffen die slecht zijn voor de luchtkwaliteit en de gezondheid. De luchtkwaliteit wordt bepaald door de hoeveelheid van deze verontreinigende stoffen in de lucht.
Als je hout verbrandt, komen er schadelijke stoffen in de lucht: fijnstof, kankerverwekkende koolwaterstoffen (PAK's) zoals benzeen en dioxine, koolmonoxide en zware metalen. Dat zorgt voor ongezonde lucht. Hoeveel schadelijke stoffen er vrijkomen, hangt af van de manier waarop je stookt.
Pyrografie of pyrogravure is de vrije handtechniek waarmee hout of andere materialen worden versierd met brandsporen die ontstaan door het gecontroleerd aanbrengen van een verhit voorwerp, zoals een pook. Het wordt ook wel pookwerk of houtbranden genoemd.
Shou sugi ban is het proces waarbij het hout wordt gebrand, en yakisugi is het eindresultaat zonder borstelen. Japanse cipres is de meest gebruikte houtsoort in Japan en wordt doorgaans gebruikt voor gevelbekleding. De brandtechniek maakt het materiaal bestand tegen vocht, UV-straling, schimmels en natuurlijk toekomstige branden.
Wist u dat? Een avond hout stoken in een kachel stoot evenveel fijnstof uit als een autorit van 1.000 tot 3.000 kilometer.
Hout bestaat uit cellulose, hemicellulose, lignine, sporen van anorganische elementen en water. Cellulose en lignine worden hoofdzakelijk gevormd uit koolstof, zuurstof en waterstof. Net als bij andere koolstofhoudende brandstoffen, zijn de belangrijkste emissies bij de verbranding van hout waterdamp en, het grootste probleemgeval, koolstofdioxide !
Uit onderzoek in het buitenland blijkt dat blootstelling aan houtrook kan leiden tot schadelijke gezondheidseffecten bij volwassenen en kinderen. Voorbeelden zijn: chronische obstructieve longziekte (COPD), slechtere longfunctie, longontsteking, longkanker, oorontsteking bij kinderen en een lager geboortegewicht.
Zodra het hout een temperatuur van ongeveer 150 °C bereikt, begint de cellulose erin te ontbinden (een proces dat pyrolyse wordt genoemd) en komen er VOC-gassen vrij . De verbranding van deze VOC's zorgt voor het grootste deel van de vlammen die je ziet. Deze vluchtige gassen zijn verbindingen die bestaan uit de elementen waterstof (H), koolstof (C) en zuurstof (O).
Hardere houtsoorten zijn eik, beuk en es. Deze bomen groeien langzaam en daardoor ontstaat er een zwaardere houtsoort met ook een langzamere verbranding. U kunt ook kiezen voor zachter hout zoals elzen en berken. Deze houtsoorten geven evenveel warmte af, maar branden sneller op.
Bij de verbranding van hout ontstaat gemiddeld 6-10% as. Voor bepaalde houtsoorten wordt een restas van 0,43 tot 1,82 procent van de oorspronkelijke massa verbrand hout (uitgaande van droge stof, wat betekent dat het water is verdampt) geproduceerd als het hout gedurende 8 uur bij 350 °C (662 °F) wordt verhit tot alle vluchtige stoffen zijn verdwenen.
Giftig hout – Giftige bomen zoals de robinia, taxus of oleander kunnen giftige dampen afgeven. Geïmpregneerd hout bevat chemicaliën zoals arseen, wat dodelijk is. Geverfd of gebeitst hout geeft giftige dampen af bij verbranding . Multiplex of MDF bevat lijm en kleefstoffen die ook giftige rook produceren.
Verkoold hout is ongelooflijk goed bestand tegen rot.
Door het verkoolproces wordt het hout bestand tegen vuur, insecten, schimmels, rot en (zoals recent is ontdekt) schadelijke UV-stralen.
Het proces van verbranding kan in vier fases worden onderverdeeld. Hierbij gaan we uit van de droogfase, ontbindingsfase, verbrandingsfase van gassen en verbrandingsfase van reststoffen.
Wanneer hout aan hitte wordt blootgesteld, ondergaat het pyrolyseproces waarbij honderden verbindingen ontstaan die in een vlam eromheen verbranden . Deze vlammen leveren energie die gebruikt wordt om meer materiaal te pyrolyseren. Als gevolg van de pyrolyse wordt een houtskoollaag gevormd die het onderliggende, onbewerkte hout thermisch beschermt.
Houtkachels kunnen niet verboden worden, omdat deze gewoon verkocht mogen worden op de Europese markt. Wel moeten houtkachels sinds januari 2022 voldoen aan de EcoDesign richtlijnen.
Rook bestaat uit een complex mengsel van gassen en fijne deeltjes die ontstaan bij de verbranding van hout en ander organisch materiaal. Het bevat meer dan 100 gevaarlijke chemicaliën die giftig en kankerverwekkend zijn . Wanneer deze fijne deeltjes worden ingeademd, kunnen ze zich in onze longen nestelen.
Je laat een laagje as in je kachel liggen omdat het isoleert, de bodem beschermt tegen extreme hitte, een betere basis vormt voor een nieuw vuur (snellere ontsteking), efficiëntere verbranding bevordert en het helpt om gloeiende kolen langer te behouden, maar zorg dat het niet te dik wordt en houd de primaire luchtgaten vrij.
Je mag absoluut geen behandeld hout (geverfd, gelakt, geïmpregneerd, verlijmd zoals spaanplaat) stoken vanwege giftige dampen, en ook nat of groen hout niet, omdat dit veel rook, roet en weinig warmte geeft. Ook naaldhout (den, spar, lariks) kun je beter vermijden in de kachel, omdat het harsig is, veel knettert en rookkanalen vervuilt. Zachte loofbomen zoals populier, wilg, linde en kastanje zijn ook minder geschikt omdat ze snel opbranden en weinig warmte geven.
De belangrijkste doodsoorzaak bij branden is rookvergiftiging . Rookvergiftiging treedt op wanneer je schadelijke rookdeeltjes en gassen inademt. Dit kan leiden tot acuut respiratoir distresssyndroom, verstikking en ademhalingsfalen.
Houtrook is slecht voor ieder type longen, maar kan vooral schadelijk zijn voor mensen met kwetsbare longen, zoals kinderen en ouderen. Daarnaast worden mensen met longaandoeningen zoals astma, chronische obstructieve longziekte (COPD) en longkanker ook meer getroffen door houtrook .
Ja, een houtkachel kopen kan nog steeds verstandig zijn, mits het een nieuw, modern model is met een EcoDesign keurmerk dat voldoet aan strenge emissie-eisen (na 2021), omdat deze veel minder vervuilen dan oude kachels. Wees echter bewust van de nadelen: houtrook veroorzaakt fijnstof en overlast, lokale regels kunnen stoken beperken (check de Stookwijzer), en het vereist werk en onderhoud. Een nieuwe, efficiënte kachel met een rendement tot 80-90% is milieuvriendelijker dan een oude kachel, maar verantwoord stoken en het controleren van de lokale regelgeving zijn cruciaal.
Houtrook bevat kleine deeltjes en gassen die bij inademing ernstige gevolgen voor de gezondheid kunnen hebben. Wanneer mensen houtkachels en open haarden gebruiken, komen er chemicaliën in de lucht vrij. Sommige van deze chemicaliën zijn giftig, sommige irriteren de luchtwegen (zie Figuur 2) en sommige kunnen kanker veroorzaken .
Vanaf 2030 worden de Europese emissienormen voor houtkachels strenger, waardoor alleen nieuwe kachels die voldoen aan lagere limieten voor fijnstof (PM₂.₅) en stikstofdioxide (NO₂) nog verkocht en gebruikt mogen worden; bestaande kachels moeten mogelijk worden vervangen of uitgerust met filters, en sommige gemeenten (zoals Utrecht) voeren al strengere lokale regels in of overwegen deze, hoewel er geen landelijk totaalverbod komt.