Er is geen eenduidig antwoord op welk geslacht een betere levenskwaliteit heeft, aangezien dit sterk afhangt van de definitie van levenskwaliteit (gezondheid, geluk, financiën, maatschappelijke positie) en de regio. Verschillende onderzoeken wijzen op voor- en nadelen voor beide geslachten:
Absolute kracht en relatieve kracht
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken, dat vrouwen over ongeveer tweederde van de kracht van mannen beschikken. Dan wordt echter wel gerekend in termen van 'absolute kracht'. Kracht moet je niet alleen in absolute termen zien.
Voor het onderzoek werden IQ-tests afgenomen van 100.000 vrijwilligers, onder wie 20.000 studenten. Ze ontdekten dat er voor elke vrouw met een IQ hoger dan 130 drie mannen zijn, voor elke vrouw met een IQ hoger dan 145 zijn er vijf. Gemiddeld komt het daarop neer dat mannen vijf IQ-punten meer scoren dan vrouwen.
Hoewel vaak wordt gedacht dat mannen atletischer zijn dan vrouwen, blijkt niets minder waar te zijn. Recent onderzoek heeft namelijk aangetoond dat vrouwen het sterkere geslacht zijn. Hun lichamen zijn in staat om sneller zuurstof te verwerken, wat leidt tot een betere conditie.
Mannen hebben meer spierkracht, maar op vrijwel alle andere gebieden is het lichaam van vrouwen sterker. Ze hebben een beter immuunsysteem, herstellen sneller van ziektes en hebben een langere levensverwachting.
En toch blijkt uit diverse onderzoeken ook dat vrouwen, wat betreft algehele levensvoldoening en geluk, hoger scoren dan mannen . Vandaar de paradox dat vrouwen, afhankelijk van de gebruikte welzijnsmaatstaf, zowel gelukkiger als minder gelukkig lijken dan mannen.
Hoofdconclusie, zoals verwoord op de website: “Het is voor eens en altijd bewezen: mannen zijn slimmer dan vrouwen. Dat werd vanavond duidelijk in De Nationale IQ Test 2012 bij BNN. Vrouwen behaalden landelijk een gemiddeld IQ van 104 tegenover een gemiddeld IQ van 107 voor de mannen.”
Vrouwen staan in de volksmond bekend als het zwakkere geslacht, maar leven vaak toch langer dan mannen. Wetenschappers zijn er nu uit hoe dat komt. Het begint al bij de geboorte, volgens wetenschapper en geneticus Neil Gemmell van de universiteit van Otago.
“We weten door onderzoek met hersenscans dat er bij mannen en vrouwen deels andere hersengebieden actief zijn bij pijnbeleving.” Ook werkt het hormoon testosteron beschermend tegen pijn, en daar hebben mannen meer van. Daarnaast hebben vrouwen mogelijk meer zenuwuiteinden die pijnprikkels kunnen waarnemen.
Resultaten: Jongens worden vaker als hoogbegaafd aangemerkt , met name op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen. Dit komt deels doordat de identificatiecriteria de voorkeur geven aan meer zichtbare gedragingen, die vaak met jongens worden geassocieerd, zoals assertiviteit en onafhankelijkheid.
'Met deze workshop wilden we de kloof overbruggen tussen onderzoek en de klinische praktijk van geslacht- en gendereffecten op mentale gezondheid', vertelt Lara Wierenga 'We weten bijvoorbeeld dat mannen minder vaak gediagnosticeerd worden met een depressie dan vrouwen, terwijl de suïcide prevalentie bij hen juist het ...
Toch is de gangbare opvatting dat er geen verschil is tussen mannen en vrouwen wat betreft algemene intelligentie. Een onderzoek van de literatuur toont echter aan dat deze opvatting onjuist is. Bij volwassenen hebben mannen iets hogere verbale en redeneervaardigheden dan vrouwen en een meer uitgesproken superioriteit op het gebied van ruimtelijk inzicht.
Nee, volgens Moalem is het grootste vrouwenvoordeel biologisch: zij dragen een extra pakketje genen dat bij mannen ontbreekt, schrijft de arts in zijn recente boek Het sterke geslacht. Dat pakketje ligt op een dna-sliertje dat bekendstaat als het X-chromosoom. Vrouwen hebben er twee van, mannen maar één.
Mannen worden vaak gezien als het fysiek sterkere geslacht, omdat ze dankzij testosteron doorgaans groter en gespierder zijn dan vrouwen. Biologisch gezien zijn mannen echter zwakker als het om hun gezondheid gaat. Mannen hebben een grotere kans om op jongere leeftijd chronische aandoeningen te ontwikkelen en leven doorgaans korter.
Daarnaast hebben vrouwen, in vergelijking met mannen, een net wat hogere kerntemperatuur. Dat is de temperatuur binnen in je romp én de hersenen. Gemiddeld genomen is deze bij vrouwen zo'n 0,3 graad hoger.
In tegenstelling tot wijdverbreide stereotypen gaan de emoties bij vrouwen niet sterker op en neer dan bij mannen, zeggen onderzoekers. Het verschil zit 'm in hoe de emoties gezien worden. Gevoelens zoals enthousiasme, nervositeit of kracht worden bij de twee geslachten vaak verschillend geïnterpreteerd.
Het slimste geslacht is het vrouwelijke, blijkt uit een onderzoek dat vorige maand gepubliceerd werd in het wetenschappelijke tijdschrift American Psychologist. En we hebben niet alleen meer vertrouwen in hun intelligentie, we vinden vrouwen ook competenter, emotioneler en socialer, zo blijkt.
De hogere levensverwachting van vrouwen wordt vaak toegeschreven aan het feit dat vrouwen over het algemeen gezonder eten en meer aandacht besteden aan hun gezondheid . Gemiddeld bezoeken vrouwen eerder en vaker een arts dan mannen, drinken ze over het algemeen minder alcohol, gebruiken ze minder tabak en besteden ze meer aandacht aan een gezond dieet [Griswold et al.].
Klinische studies tonen aan dat vrouwen kwetsbaarder zijn dan mannen , hoewel ze langer leven. Soortgelijke sekseverschillen in kwetsbaarheid worden ook in veel preklinische modellen waargenomen. Dit suggereert dat fundamentele biologische mechanismen bijdragen aan sekseverschillen. Verschillen in kwetsbaarheid tussen mannen en vrouwen kunnen de gevoeligheid voor chronische ziekten beïnvloeden.
Als het om pure spierkracht gaat, dan winnen mannen het nog altijd van vrouwen. Maar toch stellen wetenschappers - na vele onderzoeken - dat vrouwen tóch het sterke geslacht zijn. Want als het gaat om langer leven dan verslaat de vrouw duidelijk de man.
Algemene intelligentietests suggereren dat er mogelijk geen overkoepelende verschillen zijn tussen het cognitieve vermogen van mannen en vrouwen. Er lijken echter wel genderverschillen te bestaan in de hersenontwikkeling en de competentie bij specifieke cognitieve taken. Jongens hebben grotere hersenen, maar de hersenen van meisjes rijpen sneller .