In sommige gevallen is een ziekenhuisopname nodig bij een longembolie. Bijvoorbeeld als u naast de longembolie ook last van uw hart heeft. Bij een grote longembolie kan de druk op het hart namelijk te groot worden. Daardoor is er een kans op hartfalen (= minder pompkracht van het hart).
Een longembolie treedt op als een gedeelte van een stolsel losraakt uit de ader van het been of de buikholte. Dit stolsel wordt meegevoerd met de bloedstroom en komt via de ader door het hart in de longslagader terecht. Het longweefsel achter de bloedprop kan afsterven als niet snel genoeg behandeld wordt.
Klachten. Verschijnselen van een longembolie kunnen onder andere zijn: Benauwdheid. Pijn op borst, al dan niet vastzittend aan de ademhaling.
Bij een longembolie raakt een longbloedvat verstopt, waardoor er minder zuurstof in uw bloed terechtkomt. U kunt dan benauwd worden of pijn krijgen bij het ademhalen.
Er zijn drie factoren die daarbij een rol spelen: de toestand van de vaatwand, de toestand van de bloedstroom en de samenstelling van het bloed. Deze drie factoren worden de Trias van Virchow genoemd.
Bij langdurige (bed)rust, bijvoorbeeld na een operatie, ongeval of blessure, stroomt uw bloed trager.Uw kans op trombose wordt dan groter. Maar ook als u lange tijd stil zit, bijvoorbeeld tijdens de studie, kan een trombose ontstaan.
Te weinig zuurstof in het bloed kan leiden tot klachten als benauwdheid, moeheid, verwardheid en onrust. Neem contact op met je huisarts als je deze symptomen ervaart.
40 tot 50% van de longembolie patiënten heeft na drie maanden nog klachten, ofwel het post-longembolie syndroom. Veel voorkomende restproblemen zijn kortademigheid, vermoeidheid, concentratiestoornissen, depressieve klachten en arbeidsongeschiktheid. Veel van deze problemen worden gevoed door onzekerheid. '
De symptomen van een longinfarct lijken op die van een longembolie: plotseling opkomende en onverklaarbare kortademigheid. pijn bij zuchten en hoesten. pijn bij ademhalen.
Hoe lang, dat wordt bepaald in overleg met uw behandelend arts. Meestal is dat 3 tot 6 maanden, maar soms ook voor een langere periode. Dit hangt van de oorzaak, en of u voor de eerste keer of al vaker een longembolie of trombose heeft gehad.
Longembolieën kunnen ontstaan als u ergens in het lichaam een trombus in een ader hebt (veneuze trombose). Als delen van 'een stolsel in de aderen loslaten, komen deze via de bloedstroom in de longslagader terecht. Een of meerdere takken van de longslagader kunnen daardoor worden afgesloten.
Een embolie kan optreden in andere organen zoals hart, hersenen of longen.
Als een bloedstolsel een ader in het been of de arm afsluit, kan het bloed niet meer weg. Het gevolg is dat het been of de arm opzwelt, de huid strak en glanzend is, warm aanvoelt en rood-paars van kleur kan zijn. Daarnaast kan het bewegen pijnlijk of vermoeiend zijn.
Longembolie komt vooral voor bij mensen met risicofactoren zoals een vroegere trombose, overgewicht, ernstige infectie, hartfalen, pilgebruik of gebruik van hormonen tijdens de menopauze, zwangerschap, roken, langdurige immobilisatie zoals bij gipsverband, recente heelkundige ingreep, kanker en erfelijke ...
Doordat de longen minder zuurstof opnemen, moet het hart meer moeite doen om zuurstof rond te pompen. Dit kan ook weer leiden tot kortademigheid en uiteindelijk tot angst om weer te gaan bewegen. Patiënten raken in een vicieuze cirkel van weinig tot geen beweging en een verslechterende conditie.
Een beklemmend gevoel op de borst, piepende ademhaling of pijn bij het ademhalen komen ook voor. Je benauwd voelen is erg naar en kan eng zijn. Voor sommige mensen voelt het als (bijna) stikken. Als je iets wilt doen terwijl je benauwd bent, is dat vaak lastiger.
Een scherpe pijn op de borst. Deze kan links, rechts, of aan beide kanten zitten. Je voelt de pijn doorstralen tot in je schouders. De pijn wordt erger wanneer je (diep) ademhaalt.
Als er geen oorzaak wordt gevonden, dan moet u de tabletten voor de rest van uw leven blijven gebruiken. Als u vaker een longembolie of trombosebeen krijgt, moet u de tabletten ook levenslang blijven innemen. In alle gevallen mag u niet stoppen met de bloedverdunners zonder overleg met uw arts.
Hier is het risico op een afsluiting door een embolie het grootst. Als gevolg van de afsluiting vermindert de doorbloeding achter de afsluiting. Het bloed wordt hierdoor in de long minder goed van zuurstof voorzien. Dit resulteert in een lager zuurstofgehalte (saturatie) van het bloed.