De vier belangrijkste kenmerken (eigenschappen) van een vector, met name in de natuurkunde en mechanica, zijn: 4nix.nl +1
Positie, verplaatsing, snelheid, kracht en versnelling zijn bijvoorbeeld allemaal vectoriële grootheden.
De twee bepalende kenmerken van een vector zijn de grootte en de richting . De grootte wordt grafisch weergegeven door de lengte van de pijl en de richting door de hoek waaronder de pijl wijst.
Een vectorgrootheid wordt eenduidig gedefinieerd door twee fundamentele eigenschappen: grootte en richting . Een scalaire grootheid wordt volledig beschreven door alleen de grootte (bijv. snelheid, massa, tijd). Een vectorgrootheid vereist zowel een grootte als een specifieke richting om volledig beschreven te worden (bijv. snelheid, kracht, verplaatsing).
Een vector is een object dat zowel een grootte als een richting heeft. Geometrisch gezien kunnen we een vector voorstellen als een gericht lijnstuk, waarvan de lengte de grootte van de vector is en met een pijl die de richting aangeeft. De richting van de vector is van de staart naar de kop.
Een vector heeft een grootte, een richting en een zin
We noteren de grootte van een vector ⃗ v als ⃗ ∥v ∥ of ook wel gewoon als v (geen pijltje op de v). De richting van een vector zegt aan welke rechte de vector evenwijdig is. Bijvoorbeeld: "verticaal", of "horizontaal", of "onder een hoek van 1 5 ∘ 15\deg 15∘".
Een kracht is een vector. Om met een kracht te kunnen rekenen hebben we niet alleen grootte en richting nodig, maar ook een aangrijpingspunt. Anders geformuleerd: Om met een kracht te kunnen rekenen hebben we grootte, richting en werklijn nodig. (Een vector die evenwijdig verschoven wordt is dezelfde vector.
Een vector is in twee componenten te ontbinden, een component in de hoofdrichting en één daar loodrecht op.
De lengte wordt ook wel de norm van een vector genoemd, en meestal genoteerd door de naam van de vector tussen absolute waarde strepen te zetten. Door een vector met een gewoon getal te vermenigvuldigen kun je de lengte ervan veranderen. Dat kun je gebruiken door een vector met een gevraagde lengte te maken.
Verschillende kenmerken van plasmiden maken ze tot ideale vectoren (vehikels om DNA-sequenties van het ene organisme naar het andere te dragen) voor genetische manipulatie, bijvoorbeeld: Het vermogen om te repliceren, d.w.z. om kopieën van zichzelf te maken onafhankelijk van het bacterieel chromosoom.
[levenswetenschappen] In de moleculaire biologie is de vector een stuk DNA dat dienst kan doen om een vreemd stuk DNA in te brengen in levende cellen om het in die cellen te laten vermenigvuldigen. In de ziekteleer is de vector een tussengastheer, bijvoorbeeld de mug bij malaria of de teek bij de ziekte van Lyme.
Een normaalvector van een object is in het algemeen een vector, verschillend van de nulvector, die loodrecht staat op dat object. Een normaalvector van een 3D-oppervlak in een punt is een normaalvector van het raakvlak door dat punt aan het oppervlak door dat punt.
De grootte van de componenten van een vector heten ook wel de kentallen van een vector. Je noteert de vector dan als: →v=(vxvy) v → = ( v x v y ) .
Vectoren zijn lijnen, die met ankerpunten aan elkaar zijn verbonden. Door deze indeling blijft de verhouding altijd gelijk en kunnen vectorbestanden oneindig worden vergroot of verkleind, zonder dat de afbeelding scherpte verliest. Ideaal voor logo's, bestickering visitekaartjes, flyers, posters en ander drukwerk!
De valversnelling (afgekort g) is de versnelling waarmee een voorwerp naar de aarde valt in een vrije val. De valversnelling is (bijna) overal op de aarde gelijk en heeft een waarde van 9.81 m/s². De zwaartekracht (afgekort F) wordt uitgedrukt in Newton (afgekort N).
Een vector heeft drie eigenschappen.
3 De vector 2-norm (Euclidische lengte) De lengte van een vector wordt meestal gemeten met de " wortel van de som van de kwadraten van de elementen ", ook wel bekend als de Euclidische norm. Het wordt de 2-norm genoemd omdat het behoort tot een klasse van normen die bekend staan als p-normen, die in de volgende paragraaf worden besproken.
Absoluut. Versnelling is een vector, dus als deze negatief is, betekent dit gewoon dat deze in de tegenovergestelde richting wijst. Bijvoorbeeld: Een versnelling van -5 m/s2 naar rechts is gelijk aan een versnelling van 5 m/s2 naar links.
Een vectorgrootheid heeft twee kenmerken: een grootte en een richting .
Een tweedimensionale vector is een geordend paar ⃗ ð = ⟨ ð 1 , ð 2 ⟩ van reële getallen, terwijl een driedimensionale vector een geordend drietal ⃗ ð = ⟨ ð 1 , ð 2 , ð 3 ⟩ van reële getallen is. De getallen ð 1 , ð 2 en ð 3 worden de componenten van ⃗ ð genoemd.
Soorten krachten
Beschouw twee vectoren, A = ai + bj + ck en B = xi + yj + zk. We weten dat de standaard basisvectoren i, j en k voldoen aan de onderstaande gelijkheden: i × j = k en j × i = -kj × k = i en k × j = -ik × i = j en i × k = -j.
Een (netto)kracht zorgt voor: VERANDERING van snelheid. VERANDERING van richting. VERANDERING van vorm.