Een angststoornis wordt vaak getriggerd door een combinatie van factoren: extreme stress, traumatische ervaringen (mishandeling, verlies), erfelijkheid, persoonlijkheidstrekken (introvert/piekeren) en ontregeling in de hersenen. Ook langdurige spanning, middelengebruik, lichamelijke ziekten en sociale factoren (eenzaamheid, opvoeding) spelen een cruciale rol bij het ontstaan. Hersenstichting +5
Drie veelvoorkomende lichamelijke uitingen van een angststoornis zijn hartkloppingen/snelle hartslag, zweten, en trillen of beven. Andere veelvoorkomende symptomen zijn ademnood, duizeligheid, buikklachten, koude rillingen, en spierspanning, omdat het lichaam zich voorbereidt op een 'vecht-of-vlucht'-reactie.
Offlabel: Angststoornis
40 mg (of 16 druppels (= 32 mg)) 1×/dag. Continueer bij voldoende effect ten minste 6 tot 12 maanden na remissie. Adviseer om daarna geleidelijk af te bouwen om onthoudingsverschijnselen te voorkomen.
Een angststoornis ontstaat door een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren. Angststoornissen komen in bepaalde families meer voor dan in andere. Dat heeft te maken met erfelijkheid, maar ook met opvoeding.
Omgaan met angststoornis
Veel mensen weten al dat activiteiten zoals yoga, lichaamsbeweging, meditatie en gesprekstherapie kunnen helpen om angst te verminderen .
Recent onderzoek laat zien dat de helft van de mensen met een angststoornis binnen 7,5 maanden herstelt. 39% van de mensen is in een jaar nog niet hersteld en 30% is binnen 3 jaar nog steeds niet hersteld. Hierdoor weten we dat het herstel van een angststoornis langer duurt dan van een depressie.
Angststoornissen komen meer voor bij vrouwen dan bij mannen en komen het meest voor bij mensen tussen 25 en 44 jaar. In deze periode ontstaan ook de meeste angststoornissen. In de kindertijd of adolescentie kunnen met name de sociale fobie, de specifieke fobie en de gegeneraliseerde angststoornis ontstaan.
Klachten en symptomen
bezorgd en bang zijn om een paniekaanval te krijgen. het gevoel jezelf niet te zijn of dat alles niet echt is. angst om controle over jezelf te verliezen of gek te worden. angst om dood te gaan.
Angstgevoelens horen bij het leven. Veel mensen maken zich zorgen over zaken als gezondheid, geld, school, werk of familie. Maar angststoornissen gaan verder dan af en toe piekeren of bang zijn. Bij mensen met deze stoornissen verdwijnt de angst niet , komt deze in veel situaties voor en kan ze na verloop van tijd verergeren.
Sommige veelvoorkomende bijwerkingen van citalopram zullen geleidelijk verbeteren naarmate uw lichaam eraan went. Het gebruik van citalopram tegen paniekaanvallen kan bijvoorbeeld de angst in de eerste weken van de behandeling soms verergeren . Dit verdwijnt echter meestal na een paar weken. Als u er last van heeft, bespreek dit dan met uw arts.
Bijwerkingen van CITALOPRAM
Antidepressiva werken niet direct vanaf het begin. Meestal merk je pas na twee tot vier weken dat je stemming verandert. Het kan ook zijn dat een bepaald middel bij jou niet blijkt te werken, maar een ander middel wel. Het opbouwen van antidepressiva kan dus enkele weken duren.
De spieren zijn vaker gespannen, de ademhaling verandert en het zenuwstelsel wordt gevoeliger voor prikkels. Hierdoor kan pijn sneller ontstaan en intenser aanvoelen.
Controleer of je last hebt van gezondheidsangst.
Je hebt mogelijk gezondheidsangst als je: je constant zorgen maakt over je gezondheid ; vaak je lichaam controleert op tekenen van ziekte, zoals knobbels, tintelingen of pijn; altijd anderen om geruststelling vraagt dat je niet ziek bent.
Angststoornis vaak chronisch beloop
Een angststoornis heeft voor een groot percentage mensen een chronisch beloop. Het percentage mensen dat na 1 jaar nog herstelt, neemt niet sterk toe.
Praat erover
Praten lucht op! Door te praten over je problemen geef je voor jezelf toe dat ze er zijn. Door hardop te denken merk je wat voor klachten je hebt en hoe erg ze zijn. En misschien ontdek je dat je niet de enige bent met dit probleem.
Het is normaal om af en toe angstgevoelens te hebben , maar mensen met angststoornissen ervaren frequente en extreme angst, vrees, terreur en paniek in alledaagse situaties. Deze gevoelens zijn ongezond als ze je levenskwaliteit beïnvloeden en je belemmeren om normaal te functioneren.
Een doof gevoel of tintelingen in armen en benen. Een gevoel van onwerkelijkheid, alsof je naar een film kijkt. Angst om de controle te verliezen. Snel en hijgend ademen, tintelingen in het lichaam, prikkels rondom de mond (hyperventilatie)
Een behandeling van een angststoornis duurt gemiddeld 7,5 maanden. De duur van een angststoornis verschilt per persoon en per type angststoornis. Het hangt er onder andere vanaf of je snel hulp zoekt en of het lukt om de oefeningen die bij de therapie horen uit te voeren.
Gegevens afkomstig van de National Health Interview Survey.
Vrouwen hadden vaker last van milde, matige of ernstige angstklachten dan mannen . Volwassenen van niet-Spaanse Aziatische afkomst hadden de minste kans op milde, matige of ernstige angstklachten in vergelijking met volwassenen van Spaanse, niet-Spaanse blanke en niet-Spaanse zwarte afkomst.
Met name de sociale fobie, de specifieke fobie en de gegeneraliseerde angststoornis kunnen in de kindertijd, puberteit of adolescentie ontstaan. Op latere leeftijd komt de gegeneraliseerde angststoornis het meest voor.
Ernst van de symptomen
De ernst van uw angstklachten is een andere belangrijke factor om te overwegen. Als uw angst zo intens is dat het uw functioneren op het werk, op school of in uw relaties aanzienlijk belemmert, is dat een duidelijke indicatie dat medicatie voor u van belang kan zijn .
Doorgaans helpt de psycholoog de patiënt beter om te gaan met de desbetreffende angsten, bijvoorbeeld door de onderliggende oorzaak van de angst te achterhalen. Daarnaast worden diverse technieken om beter om te gaan met de angst in het hier en nu aangeleerd.
Toch is er geen duidelijk antwoord of je wel of niet kan werken met een angststoornis. Dat is aan jou om aan te voelen en te bepalen. Wel is het zo dat vermijding van de angst, dus niet gaan werken, de angst vaak juist erger maakt.