Het meervoud van heureux is in het Frans <,>heureux (mannelijk) en heureuses (vrouwelijk). Omdat het mannelijke woord al op een -x eindigt, verandert de vorm in het meervoud niet. WikiWoordenboek +2
Wist je dat het meervoud van happy (happy) happies is?
Bij mannelijke woorden is het 'le' (de/het) of 'un' (een) en bij vrouwelijke woorden is het 'la' (de/het) of 'une' (een). Le en la worden l' wanneer het voor een zelfstandig naamwoord komt die met een klinker of een stille h begint, zoals l'hotel (= het hotel). In het meervoud wordt altijd 'les' gebruikt.
Als een woord eindigt op -e, -el, -en, -er, -em, -ie of -eau dan schrijf je in het meervoud een s. Als een woord eindigt op -i, -a, -o, -u, -y dan maak je het meervoud met 's. Als er een klinker voor de y staat, schrijf je de s eraan vast. Soms schrijf je in het meervoud de uitgang -eren.
We gebruiken bon (vrouwelijk bonne) met zelfstandig naamwoorden en de werkwoorden être, sembler, paraître, avoir l'air. We gebruiken bien met werkwoorden. We gebruiken bon in de uitdrukkingen faire bon (mooi/zonnig weer zijn) en sentir bon (lekker ruiken). Il fait bon aujourd'hui Het is vandaag mooi/zonnig weer.
Meervoud Frans +s
De algemene regel om meervoud in het Frans te maken is behoorlijk simpel: je voegt gewoon een 's' toe aan het enkelvoudige naamwoord, en klaar is Kees, je hebt een meervoudsvorm.
De 12 woordsoorten in het Nederlands zijn: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, bijwoord, lidwoord, voorzetsel, voegwoord, telwoord, tussenwerpsel, en vaak worden ook de hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden apart genoemd, of worden de voornaamwoorden (persoonlijk, bezittelijk, vragend, etc.) en werkwoorden (zelfstandig, hulp-, koppel-) verder uitgesplitst, wat tot ongeveer 12 of meer categorieën kan leiden.
In de spreektaal komt je/jij wil (zonder t) vaak voor, net als in privéberichtjes en andere informele teksten. Over het algemeen krijgt je/jij wilt (mét t) in Nederland nog steeds de voorkeur in (zakelijke) teksten die bestemd zijn voor een breed publiek.
Meervoud of enkelvoud: Enkelvoud = Bepaal het geslacht en gebruik het juiste lidwoord (le,la,un,une) Meervoud = eindigt meestal op -s gebruik ALTIJD des of les Bij het meervoud is het dan ook niet nodig om het geslacht te bepalen.
ils / elles sont
In het Frans zijn er 2 vormen voor 'zij': ils en elles: Ils wordt gebruikt voor groepen met mannen of voor groepen met mannen en vrouwen door elkaar. Elles wordt gebruikt voor groepen met alleen vrouwen.
"Un chat" is de mannelijke vorm, en "une chatte" wordt gebruikt als je het over een vrouwelijke kat hebt.
schrijvens (meerv.) Voorbeeld: `Wij hebben uw schrijven van 17 maart jongstleden in goede orde ontvangen.
De fout “zij wilt” komt veel voor en kan worden verklaard. De meeste Nederlandse werkwoorden voor de derde persoonlijk enkelvoud (tegenwoordige tijd) worden namelijk gevormd door een “t” achter de stam te plakken.
Het woord "wanna" is geen standaardspelling. Het geeft simpelweg weer hoe "want to" vaak klinkt in gesproken Engels . Soms wordt het ook gebruikt om weer te geven hoe "want a" klinkt in gesproken Engels. Je moet "wanna" niet schrijven in standaard of formeel Engels.
V1, V2, V3, V4 en V5 verwijzen naar de vijf verschillende werkwoordsvormen . V1 is de basisvorm van het werkwoord; V2 is de onvoltooid verleden tijd; V3 is het voltooid deelwoord; V4 is de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd; en V5 is het onvoltooid deelwoord.
Het is vind jij (in een vraag) en jij vindt (in een bevestigende zin); de 't' valt weg als 'jij' achter de persoonsvorm staat in een vraag, omdat 'jij' dan het onderwerp is, terwijl 'jij vindt' correct is als 'jij' het onderwerp is dat voor de persoonsvorm staat (bv. "Jij vindt dat mooi"). De correcte vorm in een vraag is dus altijd de stam: Vind jij.
De Engelse taal kent acht woordsoorten: zelfstandig naamwoord, voornaamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, voorzetsel, voegwoord en tussenwerpsel .
Voornaamwoorden zijn woorden zoals “ik”, “zij” en “hij” die op eenzelfde manier worden gebruikt als zelfstandig naamwoorden. Ze worden ingezet om te verwijzen naar een zelfstandig naamwoord dat al genoemd is of om naar jezelf of andere personen te verwijzen.
De d en de t op het eind van een woord spreek je meestal niet uit. “Petit” wordt dus “peti” en “grand” wordt “gran”. Bij vrouwelijke woorden komt er een “e” achter het woord. In dat geval spreek je de t en de d dus wel uit.
Le cahier – Het notitieboekje (mannelijk)
In essentie suggereert dit echter dat 80% van wat je in de praktijk brengt in je gesprekken en in je lezen en schrijven, voortkomt uit slechts 20% van wat je leert . Met andere woorden, als je vijf uur besteedt aan het studeren van Frans, is de kans groot dat slechts één uur daarvan resultaten oplevert die je kunt gebruiken.