De totale omzet wordt berekend door de afzet te vermenigvuldigen met de verkoopprijs. De totale opbrengst (TO) = omzet = afzet x verkoopprijs . De gemiddelde opbrengst (GO) is de opbrengst per verkocht product. De marginale opbrengst (MO) is de extra opbrengst als er één product meer wordt verkocht.
Definitie. De totale opbrengst (TO) is gelijk aan de verkoopprijs (P) vermenigvuldigd met de afzet (q). Ook wel: de totale omzet.
Omzet en opbrengsten zijn synoniemen van elkaar ofschoon in de boekhouding een klein verschil is. De omzet is het totaal bedrag aan verkochte producten/diensten (en berekend exclusief btw). In de winst- en verliesrekening berekent men voor de opbrengsten ook de financiële voordelen zoals de donaties en subsidies.
De formule voor de totale variabele kosten (TVK) is: TVK = variabele kosten per stuk x afzet, ook wel: TVK = V x Q. De afzet is het aantal producten en/of diensten geleverd door het bedrijf.
De totale variabele kosten (TVK) gaan omhoog wanneer een bedrijf meer gaat produceren. Je moet de variabele kosten dus vermenigvuldigen met de hoeveelheid (q) dat er geproduceerd wordt. De formule voor de totale kosten wordt dan de totale variabele kosten plus de totale constante kosten (TCK).
De marginale opbrengsten zijn de extra opbrengsten die je hebt als je een product extra verkoopt. De marginale opbrengsten kun je berekenen door de extra totale opbrengsten te delen door het aantal extra verkochte producten.
Om het rendement van een investering te berekenen, trekt u de beginwaarde van de investering af van de eindwaarde (vergeet niet om dividend en rente mee te nemen). Vervolgens deelt u dit bedrag door de beginwaarde van de investering en vermenigvuldigt u de uitkomst met 100. Zo krijgt u de RoR, uitgedrukt in procenten.
Het begrip 'constante kosten' is niets anders dan een synoniem voor 'vaste kosten'. Dit zijn kosten die je vrijwel altijd hebt als bedrijf. Denk bijvoorbeeld aan het bedrag per maand dat je betaalt om pand(en) te huren. Het huurbedrag is als het goed is altijd hetzelfde.
Definitie. De totale constante kosten (TCK) zijn de kosten die onafhankelijk zijn van de afzet (q). Als de afzet verandert, veranderen de totale constante kosten niet.
De Totale Variabele Kosten (TVK) veranderen wel als je meer of minder produceert. Als je de variabele kosten per eenheid weet, bijvoorbeeld €0,50 per brood, vermenigvuldig je dit met het aantal geproduceerde eenheden, bijvoorbeeld 100 broden, om de TVK te berekenen, wat dan €50 zou zijn.
Simpel gezegd is de omzet het totale bedrag dat uw bedrijf ontvangt uit de verkoop van goederen en diensten – minus kortingen en BTW . De omzet wordt berekend over een specifieke periode, meestal een kwartaal of boekjaar.
Vermenigvuldig het aantal producten x verkoopprijs. Voorbeeld: u verkoopt per dag 3 laptops in uw computerwinkel x € 700 = € 2.100 x 6 dagen = € 12.600 per week x 48 weken = € 604.800 omzet per jaar. En u verkoopt 2 tablets per dag x € 400 = € 800 x 6 dagen = € 4.800 x 48 weken = € 230.400.
Een eenvoudige manier om de omzet te berekenen, is door het aantal verkopen te vermenigvuldigen met de verkoopprijs of gemiddelde serviceprijs (Omzet = Verkoop x Gemiddelde prijs van service of verkoopprijs).
Opbrengst of (reactie)rendement is een begrip uit de scheikunde en wordt berekend door de feitelijke verkregen hoeveelheid van een stof te delen door de maximale mogelijke hoeveelheid. Doorgaans wordt de opbrengst uitgedrukt in procent.
De totale omzet is het totale bedrag dat wordt gegenereerd door uw totale verkopen, terwijl de netto-omzet het totale bedrag vertegenwoordigt dat wordt verdiend met de bedrijfsactiviteiten minus eventuele aanpassingen zoals terugbetalingen, retourzendingen en kortingen.
De totale omzet wordt berekend door de afzet te vermenigvuldigen met de verkoopprijs. De totale opbrengst (TO) = omzet = afzet x verkoopprijs . De gemiddelde opbrengst (GO) is de opbrengst per verkocht product. De marginale opbrengst (MO) is de extra opbrengst als er één product meer wordt verkocht.
Voorbeelden van constante of ook wel vaste kosten zijn de jaarlijkse of maandelijkse kosten van het kantoor (rente hypotheek of de huur), schoonmaakkosten, verzekeringskosten en afschrijvingskosten van vaste activa. Naast constante kosten is er bij de productie vaak ook sprake van variabele kosten.
[ Jaarlijks rendement = (eindwaarde / beginwaarde)^(1 / aantal jaren) – 1 ] Wanneer we het jaarlijkse rendement kennen, maar niet het totale rendement, kunnen we het totale rendement berekenen door één toe te voegen aan het jaarlijkse rendement en dit te verheffen tot de macht van het aantal jaren van de beleggingsperiode.
Als je iets investeerd, bijvoorbeeld 1 euro, en je maakt 1 millioen euro winst met die euro, kan nooit 100% rendement hebben. Want, de winst is dan 99,9999%.100% is niet mogelijk. Als je niks investeerd, is het geen rendement meer, want rendement betekent iets investeren en er winst mee maken.
Om de rente of interest te berekenen, gebruik je de formule: Kapitaal X procent X tijd. Dit alles deel je door 100 en dan krijg je je interest of je rente.
Elk product dat de ondernemer extra kan verkopen levert steeds hetzelfde bedrag op: de prijs. Voor een monopolist geldt dat een aanpassing van de prijs de productieomvang beïnvloedt.Daardoor zijn prijs en marginale opbrengst niet meer aan elkaar gelijk.
In dit geval is de totale omzet $200, of $10 x 20. De totale omzet van het produceren van 21 eenheden is $205. De marginale omzet wordt berekend als $5, of ($205 - $200) ÷ (21-20) . De marginale productiekosten meten de verandering in de totale kosten van een goed die ontstaat door het produceren van één extra eenheid van dat goed.
Elk extra verkocht product levert dezelfde opbrengst op, ook wel marginale opbrengst (MO). Daarom geldt bij deze marktvorm: P = GO = MO.