10.000 (euro) wordt in straattaal vaak omschreven als tien doezoe. Een 'doezoe' staat voor 1000, waardoor tien keer dit bedrag wordt gebruikt voor 10.000. In sommige contexten, vaak beïnvloed door Amerikaanse slang, wordt een stapel van $10.000 ook wel een stack, band of rack genoemd.
Doni betekent dan 'biljet van tien euro; bedrag van tien euro'. Het komt vaker voor dat er woorden uit het Surinaams worden geleend en vooral in jongerentaal worden gebruikt, bijvoorbeeld doekoe 'geld' en patta's 'sportschoenen'.
Amerikaanse slangtermen voor valuta: Een "STACK" is een stapel van 100 bankbiljetten van $100, oftewel $10.000, met een bandje eromheen. Een "BAND" , een "STACK" en een "RACK" zijn hetzelfde. Het is het bandje met het zegel van de Reserve Bank dat het onderscheidt.
Doezoe is straattaal voor 1000. De betekenis is dus gewoon duizend.
£100 - "Een ton" of "een eeuw" (Beide termen worden gebruikt om een biljet van £100 aan te duiden.) £500 - "Een aap" (Deze term komt uit oude straattaal, waarbij verschillende geldbedragen werden geassocieerd met verschillende dieren.) £1000 - " Een grand " (Dit wordt vaak gebruikt om £1000 aan te duiden.)
Daarom schrijf je 1000 in woorden als 'duizend' . Lees hier meer over plaatswaarde.
Een barkie (of Barky heeft in straattaal geen andere betekenis dan honderd euro. Deze 100 Euro wordt vaak gecombineerd met een ander getal.
Een joetje (of joet, joedje, juutje) is tien gulden. De benaming komt uit het Hebreeuws. In het Hebreeuwse alfabet is de letter jod (ook wel uitgesproken joed) de tiende letter. Via het Jiddisch kwam het in het Nederlands terecht.
In Groot-Brittannië is quid straattaal voor een 1-pond-munt.
Monnie, doekoe, floes, donnie, bankoe en barkie
Monnie, doekoe en floes betekenen letterlijk geld. Dan heb je nog donnie, bankoe en barkie die dan weer staan voor bepaalde geldbedragen. Donnie staat voor 10 euro, een bankoe is 50 euro en een barkie is 100 euro.
Hoewel het geelkleurige bankbiljet van 25 gulden allang uit de roulatie is, ligt het woord geeltje nog in veler monden bestorven, en hetzelfde geldt voor rooie rug, het briefje van duizend, dat tegenwoordig groen is. Bij het naderende afscheid van het 'oude' geld heb ik bijnamen van onze munten en biljetten verzameld.
Ook de bijnaam rooie of rooie rug (en vandaar, enigszins vulgair, alleen rug) voor een biljet van duizend gulden vindt zijn oorsprong in de 19e eeuw, toen deze biljetten een rode achterzijde hadden.
Kapot, dronken, lam, smerig, straalbezopen, strontlazarus, klem, bezopen, ladderzat, lazarus, aangeschoten, aangeschoten, dronken, kachel.
weinig geld. Spreekwoorden: (1914) Iets voor een prikje koopen, d.w.z. iets voor een kleinigheid, 17<sup>de<-sup> eeuw een treusneus1), koopen. Wellicht heeft prikje hier eig. de bet. van een klein stokje, een klein dun houtje en vandaar iets van weinig waarde, eene kleinigheid.
De hoofdletter K staat voor 'kilo(-euro)', oftewel '1000 (euro)', en wordt gebruikt om grote getallen en bedragen verkort weer te geven. 100K kan staan voor '100.000' of voor '100.000 euro'. Het woord euro (of het symbool €) kan ook toegevoegd worden.
Doezoe is straattaal voor 1000.
Een donnie bleek 10 euro te zijn. Volgens hem draaide het allemaal om doekoe (geld). Zijn streven was om zeker vijf keer te winnen, want dan zouden er vijf donnies opgestreken worden. Vijf donnies bij elkaar opgeteld werd een bankoe (50 euro).