"Tappie" betekent in straattaal en populair taalgebruik dronken zijn. Het is een verbastering die aangeeft dat iemand "getapt" (onder invloed van alcohol) is. In oudere contexten of andere dialecten kan het ook verwijzen naar een biertje van de tap (tapje). Ensie - encyclopedie +2
Het ZIPA-team staat voor 'Zorgschakel-team Illegale Middelen – Ernstige Psychiatrische Aandoeningen'. Dit team maakt deel uit van het netwerk SaVHA?!
Penard. (Surinaamsch bijgeloof, Bijdr. t.d. Taal-, Land- en Volkenk.
Als mensen cannabis (wiet/hasj) roken, wordt dat blowen genoemd. Om cannabis te roken wordt het meestal in een lang vloeitje gerold. Dit wordt ook wel een joint (ook wel: stickie, tak, baap of jonko) genoemd. Hierbij wordt de wiet of hasj vaak vermengd met tabak.
Joint, stick of djonko
De meest voorkomende manier om cannabis te gebruiken is de cannabis roken in een joint. Een joint is een sigaret met daarin tabak en wat verkruimelde wiet of hasj.
In straattaal zijn er verschillende woorden voor 'schatje', zoals dushi (uit het Papiaments) en shawty (van 'shorty'), die liefkozend gebruikt worden voor een geliefde, maar ook woorden als bae (afkorting van 'before anything else', voor iets of iemand heel belangrijk) en smatje (meisje/vriendin), die de liefde of waardering uitdrukken.
De straattaal in de Bijlmer heeft ook een eigen naam: Smibanese, een afleiding van smib, dat een omkering is van de straattaalnaam van de Bijlmer. Dat soort omkeringen komen in hedendaagse straattaal volop voor, bijvoorbeeld deim ('meid'), attap ('patta') of assif ('fissa, feestje').
Er bestaan veel dialectwoorden voor oma zoals bomma, memme, metje, moemoe, moeke, beppe, opoe.
„Denk aan 'fittie' (ruzie), 'jonko' (joint), 'mattie' (vriend), 'osso' (huis), 'pipa' (pistool), 'tatta' (Nederlander) en 'fatoe' (grappig).
NE staat voor "New England" en IPA staat nog steeds voor "India Pale Ale". NEIPA is een relatief nieuwe bierstijl en is ontstaan in de jaren '90 in New England (de noordoostelijke regio van de Verenigde Staten). Het kenmerkende van NEIPA is dat het bier een zachte, creamy en soms zelfs troebele textuur heeft.
Dagbladcolumniste Yolanda Sjoukes zette een tijdje geleden het actuele jeugdjargon op een rijtje. Als een jongere aan jou vraagt “Fakka?”, wil hij/zij weten hoe het met je gaat. Gaat hij even wat “chappen”, dan heeft hij trek in eten. En dan dus “chaps”.
50 euro = bankoe. 100 euro = barkie. 1000 euro = kop, doezo of rug.
Een dubbeltje werd in het Bargoens ook wel beisje genoemd. De term komt uit het Nederlands-Jiddisch, waarin beis verwijst naar de waarde van twee stuivers. In informele taal wordt ook wel gesproken van een duppie. De eerste dubbeltjes van het Koninkrijk der Nederlanden werden geslagen in 1818.
Akka staat voor de kont van iemand anders. Als je dus in een of andere rap hoort dat iemand een “dikke akka” heeft, dan heeft hij of zij dikke billen.
Een tukje of tukkie is een kort slaapje overdag. Het bijbehorende werkwoord tukken komt al sinds de achttiende eeuw in het Nederlands voor. En inderdaad waren er toen ook al hoorcolleges. Een synoniem voor tukje is dutje, ook een kort overdags slaapje.