Baby's die op hun rug liggen, zullen spartelen met hun armen en benen. Zo krijgen ze controle over de bewegingen van armen en benen en oefenen ze de balans van hoofd en romp. Pas wanneer deze balans goed is ontwikkelt zal je kindje naar de volgende stap in zijn bewegingsontwikkeling gaan, het rollen van rug naar buik.
Bijvoorbeeld het trappelen met de voetjes kan zowel betekenen dat je baby honger heeft of juist moe is. Ook het sabbelen op de handjes kan een dubbele betekenis hebben.
Door kinderen na te doen, leren ouders niet alleen veel over hun kind, maar bouwen ze ook een band op. Daarom drukt de baby zich uit door huilen, lachen, zuigen, spartelen en bewegen van zijn armpjes.
Het is moeilijk vast te stellen wat precies de reden is dat je kindje zich overstrekt. Vaak is het een reactie van je baby op negatieve prikkels, zoals pijn, huilen of stress. Maar ook lawaai, fel licht, veel speelgoed of een onrustige omgeving kunnen ervoor zorgen dat je baby zijn rugspieren aanspant.
Uitrekken. In de baarmoeder zat je baby opgerold als een kleine bal.Nu hij of zij in de grote, wijde wereld is, leert je kleintje alle ledematen te bewegen. Het is dus volledig normaal dat hij of zij om zich heen slaat en 'flappert'.
,,Bij baby's die later hoogbegaafd blijken zien we dat ze een hoge mate van alertheid hebben en heel wijs de wereld in kijken, intens oogcontact maken en veel eerder dan zes weken bewust lachjes laten zien. Ook zie je snel een sterke eigen wil naar voren komen.
Een baby die in de wakkere tijd teveel indrukken (prikkels) heeft opgedaan, heeft vaak ook wat meer moeite om in slaap te vallen. Een overprikkelde baby wordt, soms al huilend, steeds drukker in zijn bewegingen en draait zijn hoofdje weg van licht, speelgoed en/of mensen.
De beentjes gestrekt of juist hoog opgetrokken, kan betekenen dat je kind last heeft van darmkrampjes. Spanningen in de rug kun je eveneens 'verstaan'. Als de baby een holle rug trekt, betekent dat ongemak en angst. Een soepele houding daarentegen geeft aan dat de baby zich op z'n gemak voelt.
Lopen kan lastiger worden, doordat je baby tegen de gewrichten en spieren van je bekken drukt. Je kan een onprettig of drukkend gevoel onderin je bekken of op je vagina voelen. Het indalen kan samengaan met indalingsweeën.
Oververmoeidheid herkennen
Net als gapen, huilen en wegkijken is dit een typisch signaal een oververmoeide baby. Ook rood rondom de oogjes is een bekend teken dat een baby moe of oververmoeid is. Veel oververmoeide baby's komen lastig in slaap. Ze huilen zodra je ze neerlegt.
Hij gooit zijn hoofd in zijn nek, strekt zijn benen, balt zijn vuisten en ligt als een plank op je arm. Zijn strekspieren zijn sterker dan zijn buigspieren. Het is rot om te zien dat je baby zich zo naar voelt, meestal huilen baby's er hard bij. Maar vaak overstrekken kan ook gevolgen voor de langere termijn hebben.
Als je baby jou eenmaal herkent, zal hij je een big smile als teken van herkenning geven! Je kleine kan nu gezichten onderscheiden, en ziet het verschil tussen bekende en onbekende gezichten. Hij zal zich gaan hechten aan vertrouwde gezichten. Dat je baby jouw gezicht herkent, versterkt dus jullie band.
Tillen en draaien
Til een baby of kind NOOIT omhoog met je handen onder zijn oksels: het gevaar bestaat erin van de bovenste ribben en borstwervels opnieuw te blokkeren zodat het autonoom zenuwstelsel continu overprikkeld blijft.
Als hij zich niet lekker voelt, kromt hij zijn lijfje en trekt hij zijn beentjes op. Als hij blij is, kruipt hij ook in elkaar, maar dan van plezier. Je kunt plezier ook merken aan het gezicht en het geluid dat je baby maakt. Als hij ontspannen is, is zijn lichaam recht en zijn de handjes open.
Wakker wegleggen
Het is belangrijk dat je baby wel moe is, maar nog niet (volledig) slaapt als je hem naar bed brengt. Op deze manier kan je baby wennen aan de wieg als een plek om te slapen en leren om zelf in slaap te vallen. Als je je baby slapend weglegt, kan het zijn dat hij in paniek raakt als hij wakker wordt.
Als de baby met zijn gezichtje tegen de borst aan ligt, zal hij met zijn handjes de borst in een vorm duwen die hem helpt de tepel te vinden. Raakt het gezichtje de borst niet, dan zal de baby zijn handjes gebruiken om zich wat af te zetten om een beter zicht op de tepel te krijgen.
Ook als het hoofdje van de baby al diep is ingedaald kan gemeenschap geen kwaad.
Lethargische of lusteloze baby's lijken weinig of geen energie te hebben, zijn slaperig of traag en slapen mogelijk langer dan normaal . Ze zijn mogelijk moeilijk wakker te maken voor voedingen en zelfs als ze wakker zijn, zijn ze niet alert of letten ze niet op geluiden en visuele stimulatie.
Veertig weken
De veertigste week is ongeveer het einde van je zwangerschap. Je baby is nu helemaal klaar.
Laten we eens kijken naar de verschillende manieren waarop je baby hongersignalen kan uiten. 1. Tongbewegingen: Een van de subtiele hongersignalen die je baby kan laten zien, zijn tongbewegingen. Je baby kan zijn tong uitsteken, bewegen of zuigen op zijn tong als hij honger heeft.
Je baby kan koude voeten en handen hebben, terwijl zijn lichaamstemperatuur verder goed is. Als je wilt weten of jouw baby het niet te warm of te koud heeft, kun je even met je vinger in zijn of haar nekje voelen.Voelt het klam, dan heeft je baby het te warm.
Veel baby's kijken in het begin af en toe scheel, soms draait er één oogje weg. Dat noemen we loensen. Dit kan op alle momenten gebeuren, maar vaak gebeurt dat als een baby moe is. Dat baby's in het begin af en toe scheel kijken komt doordat de oogspieren nog in ontwikkeling zijn.
Stress bij de baby is te herkennen aan een hoge hartslag en een snelle ademhaling op de monitor. Verder kunt u stress bij uw kindje herkennen aan ongecontroleerde, schrikachtige bewegingen, het afwenden van het hoofdje, gestrekte en gespreide vingers, overstrekken en hoog huilen.
We noemen een kind hooggevoelig of hoogsensitief als hij of zij indrukken, gevoelens en ervaringen heftig beleeft. Hoogsensitieve kinderen zijn gevoelig voor prikkels. Ze voelen veel aan, ook van anderen, en hebben van sommige dingen meer last. Als ze overprikkeld zijn, kunnen ze zich terugtrekken.
Overstimulatie treedt op wanneer een kind sensaties, harde geluiden, felle lichten, ruw spel en andere menselijke interacties of activiteiten ervaart die meer zijn dan wat hij/zij aankan . De oorzaken van overstimulatie zijn voor elke baby anders en dat geldt ook voor zijn/haar vermogen om ermee om te gaan.