Een patiënt die sondevoeding krijgt, kauwt vaak minder en vloed vaak minder speeksel af.Hierdoor is de kans op ontstekingen en irritaties in de mond groter. Om dit te voorkomen is het kauwen van suikervrije kauwgom, zuigen van snoepjes en mondhygiëne (tanden en tong 3x per dag poetsen) extra belangrijk.
Mondverzorging bij sondevoeding
Iemand met een voedingssonde heeft een beperkte zelfreiniging van de mond, omdat hij niet slikt of kauwt. Er ontstaat sneller tandsteen, maar minder snel gaatjes. Vraag in een dergelijke situatie advies aan de tandarts.
Slechte mondzorg en mondaandoeningen kunnen leiden tot een verminderde voedselinname en ongewenst gewichtsverlies. Patiënten met dysfagie krijgen het vaak nog moeilijker met hun slikdisfunctie indien ze geen of weinig gebitselementen over hebben en/of geen goed passende gebitsprothese hebben.
Een patiënt die sondevoeding krijgt, kauwt vaak minder en vloed vaak minder speeksel af. Hierdoor is de kans op ontstekingen en irritaties in de mond groter. Om dit te voorkomen is het kauwen van suikervrije kauwgom, zuigen van snoepjes en mondhygiëne (tanden en tong 3x per dag poetsen) extra belangrijk.
Verzorging neus, mond en gebit
De neusmaagsonde gaat via de neus, door de slokdarm naar de maag. Doordat de maagsonde via de neus gaat, kan het neusslijmvlies geïrriteerd raken. Als dat het geval is, kunt u gebruikmaken van een vaselinezalf die u op de binnenkant van het neusgat kunt aanbrengen.
Het gebit moet zo goed mogelijk vast zitten in de mond; gebruik eventueel kleefpasta. Verwijs cliënt zo nodig naar tandarts of prothesemaker. Laat cliënt een loszittend gebit tijdens het eten/drinken uit de mond nemen.
Bij slikproblemen kunt u eten en/of drinken niet goed doorslikken. U kunt dikkere dranken kiezen of een medisch verdikkingsmiddel gebruiken. U kunt zacht, smeuïg of gemalen eten nemen. Zorg ervoor dat u genoeg vocht en voedingsstoffen binnenkrijgt.
Wat is de oorzaak van een dysfagie? Dysfagie kan verschillende oorzaken hebben. Een veel voorkomende oorzaak van een dysfagie is een hersenbloeding of een herseninfarct. Mensen met een dysfagie als gevolg hiervan hebben bijvoorbeeld moeite met het drinken van dunne dranken doordat de slikreflex vertraagd is.
Het gebruik van sondevoeding kan complicaties met zich meebrengen. Misselijkheid en diarree zijn de meest voorkomende complicaties. Daarna volgen ongemakken veroorzaakt door een verstopte sonde.
Pak de sonde tussen duim en wijsvinger vast en duw hem twee tot drie centimeter naar binnen. Dit noemen we dompelen. Heeft u een PEG-sonde dan draait u de sonde helemaal rond. Heeft u een PEG(J)-sonde dan mag u deze niet ronddraaien.
Bij voeding in de nacht is het belangrijk dat uw hoofd hoger ligt dan de rest van uw lichaam; Let op: bij braken of diarree moet u altijd uw (huis)arts waarschuwen. Zorg wel dat u voldoende vocht binnen krijgt. Drink extra of spuit extra water in via de PEG-sonde.
Bij cliënten in vegetatieve toestand of in coma is er weinig activiteit in de mond. Dat vermindert de natuurlijke reinigingsprocessen in de mondholte en vergroot de kans op mondaandoeningen. Daarom is het belangrijk om de mond te blijven verzorgen, ook al gaat dit soms moeilijk.
Tijdens de terminale fase gaat het om comfort, respect en waardigheid. Een frisse mondgeur kan helpen bij een goede laatste herinnering voor de naasten. Veel mensen zijn dan graag dicht bij elkaar. In de terminale fase is het bestrijden van een slechte adem dan ook van groot belang.
Volgens de definitie omvat mondverzorging de dagelijkse handelingen om de mond gezond te houden. Denk hierbij aan het poetsen van de tanden en kiezen, reiniging van het kunstgebit en het reinigen van de mondholte. Zo voorkom je gaatjes, tandvleesontstekingen en verklein je ook de kans op bacteriële infecties.
Klachten en symptomen bij achalasie van de slokdarm
De voornaamste klacht is dat voedsel blijft hangen in de slokdarm. Dit worden ook wel passageklachten genoemd. Door de ophoping van voedsel in de slokdarm wil op den duur ook vocht niet goed meer zakken. Slikken wordt hierdoor steeds moeilijker.
De tong vormt een bijzonder deel van ons lichaam. Behalve als smaakzintuig wordt dit spierlichaam gebruikt voor eten, drinken, praten, slikken en zoenen.
Voorbereidende fase: afhappen, kauwen en verzamelen van voedsel op de tong. Mondfase: vervoer van het voedsel naar de keel door een golvende beweging van de tong door de tongspieren. Het zachte gehemelte sluit de neusweg af en de slikreactie volgt. Keelfase: het voedsel vervolgt zijn weg door de keel.
De tong wordt dan tussen de tanden geperst. Doordat de tong telkens tegen de tanden duwt, kunnen die scheef gaan staan. Ook tijdens het spreken kan de tong tussen de tanden komen. Slissen is het gevolg; het spreken wordt er vaak onduidelijk van.
Om verslikken te voorkomen kan drinken verdikt worden met verdikkingsmiddel. Vaak hebben ALS-patiënten eerst vooral moeite met het doorslikken van dun vloeibare dranken, zoals water, thee, koffie en frisdrank. Voor het drinken van deze dunne vloeistoffen is namelijk een zeer goede controle van de mondspieren nodig.
Welke klachten komen voor bij slikproblemen? Hoesten tijdens het eten. Kokhalzen. Een brok in uw keel.
Dit zijn voedingssondes die via een kleine, hiervoor gemaakte opening (fistel) door de buikwand in de maag zijn geplaatst. Het grootste verschil tussen de PRG- en de PEG-sonde is de manier van plaatsing. De PEG-sonde wordt met een kijkbuis via de slokdarm geplaatst.
Bij hevel: Wanneer de pH > 5,5: wacht tot circa 10 minuten na het inbrengen van de sonde en doe een nieuwe pH-meting. Is de pH nog steeds > 5,5: start nog niet met voeden en herhaal de pH-meting na 30-60 minuten. Als de pH weer > 5,5 is: vraag advies aan de aanvragend arts.
Het is belangrijk de sonde goed open te houden. Om verstopping te voorkomen adviseren wij u het volgende: Spuit de sonde na elke portie sondevoeding door met lauw kraanwater. Spuit tijdens continue voeding de sonde iedere 4 uur per dag door met 20 ml lauw kraanwater.