Buiten de bebouwde kom is bij het invoegen van een bus simpelweg sprake van een bijzondere manoeuvre of verrichting, ook als hij net bij een halte is weggereden. En bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, hebben geen recht op voorrang.
Voorrang van rechts geldt meer dan je denkt
Ze geldt ook op parkings of op een plein waar er verkeer uit alle richtingen komt. De regel geldt ook wanneer een weg versmalt; de voertuigen die rechts rijden, mogen zich dan eerst op de versmalde rijstrook begeven.
De Nederlandse verkeersregels zijn duidelijk over de voorrang voor bussen: binnen de bebouwde kom moet je altijd voorrang verlenen aan bussen die wegrijden van een bushalte. Deze regel is ingevoerd om het openbaar vervoer vlotter en veiliger te laten verlopen, vooral in drukke stedelijke gebieden.
Als een bus binnen de bebouwde kom aangeeft een bushalte te willen verlaten, dan heeft de bus voorrang op het overige verkeer. Wees alert op in- en uitstappende passagiers bij een bus.
En een trambestuurder moet voetgangers voor laten gaan bij een zebrapad. Voor de bus gelden over het algemeen dezelfde regels als voor alle andere bestuurders. Uitzondering hierop is als een bus wegrijdt bij een halte binnen de bebouwde kom.
Als automobilist moet je in beginsel voorrang verlenen aan een busbestuurder die in de bebouwde kom zijn halteplaats verlaat. Je moet vertragen en -zo nodig- stoppen. Die voorrang is echter niet absoluut. De busbestuurder moet zijn richtingsaanwijzer tijdig aansteken.
Dit is opgenomen in de wet waar een zebrapad een voetgangersoversteekplaats (VOP) wordt genoemd. In de wet staat dat bestuurders van een auto, scooter of ander motorvoertuig een voetganger voorrang moeten verlenen bij een zebrapad. Hetzelfde geldt voor fietsers. Maar ook een zebrapad zelf is aan regels verbonden.
Bij een wegversmalling geldt geen bijzondere voorrangsregel voor beroepsverkeer of bestuurders van zware voertuigen.
Een voorrangsvoertuig moet u altijd voor laten gaan. Je herkent een voorrangsvoertuig aan de tweetonige hoorn en aan het blauwe zwaai-, flits-, knipperlicht. Denk aan politie, brandweer en ambulance.
Buiten de bebouwde kom is bij het invoegen van een bus simpelweg sprake van een bijzondere manoeuvre of verrichting, ook als hij net bij een halte is weggereden. En bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, hebben geen recht op voorrang.
Bij gelijkwaardige kruispunten geldt dat u, als u van rechts komt, voorrang heeft op de colonne zolang het voorste voertuig nog niet is gepasseerd. Wanneer het voorste voertuig al is gepasseerd, heeft u geen voorrang en mag de colonne dus niet doorkruist worden.
Auto en bus moeten allebei voorrang verlenen aan het verkeer op de rotonde, maar wanneer ze op dezelfde rijbaan rijden (één rijstrook voor alle verkeer en één voor de bus); heeft de auto geen voorrang op de bus of andersom. Om veiligheidsredenen kunnen de auto en de bus niet tegelijkertijd de rotonde oprijden.
Wanneer een hulpdienst, zoals brandweer, ambulance of politie, blauwe zwaailichten én sirenes voert, dan moet je dit voertuig voorrang verlenen. Nadert een voertuig met blauwe zwaailichten zonder sirene?Dan is voorrang geven niet verplicht, maar de zwaailichten staan niet voor niets aan.
Voorrang bus buiten de bebouwde kom
De bus voert hiermee namelijk een bijzondere manoeuvre uit. Dat betekent dat al het overige verkeer - buiten de bebouwde kom dus - voorrang heeft en de bestuurder van de bus moet wachten tot al het verkeer voorbij is gereden, voordat hij de rijbaan op rijdt.
Artikel 49 van het RVV zegt dat bestuurders blinden die zijn voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen voor moeten laten gaan. Dit geldt overigens voor alle personen die zich moeilijk voortbewegen. Bij mensen die zich moeilijk voortbewegen kun je denken aan voetgangers met een stok, looprek of rollator.
In principe geldt dat bestuurders die van rechts komen op gelijkwaardige kruispunten voorrang krijgen. Maar dat geldt ook weer niet altijd. Zo gaan verkeerstekens zoals haaientanden boven verkeersregels en gaan verkeerslichten weer boven verkeerstekens. Verder worden voetgangers niet als bestuurders gezien.
De basisvoorrangsregel voor alle kruispunten is: verkeer van rechts heeft voorrang. Op een T-splitsing, viertakskruising, verkeersplein, rotonde: overal. Ténzij voorrangsborden en -tekens een andere situatie schetsen.
Alle verkeersregels rondom trams op een rij
Trams hebben altijd voorrang: of je nu op de fiets, te voet of met de auto bent. Ook als een tram afslaat naar links of rechts, of van links of rechts komt, heeft deze voorrang. Uitzondering: als je op een voorrangsweg rijdt en de tram niet, dan heb jij voorrang.
Bij smalle wegen moeten bestuurders anticiperen op de aanwezigheid van tegenliggers. Het is cruciaal dat de voorrang geregeld is om een vrije doorgang te bieden aan andere weggebruikers.
Voorrang verlenen aan voetgangers
Normaal hebben voetgangers geen voorrang. Als een voetganger bij een zebrapad staat moeten de bestuurders hun wel voorrang geven om over te steken. voorrangsregels voetgangers hebben ook voorkeur in situaties waarbij de bestuurders moeten afslaan.
Voorrangsregels woonwijk
Stel: je rijdt richting een kruispunt in een woonwijk. Van rechts komt een tegenligger aan. Als deze persoon uit een uitrit komt, heb jij voorrang.
Een voetganger krijgt altijd voorrang bij een zebrapad. Behalve indien het hem toegestaan is door verkeerslichten, mag een voetganger zich echter niet op een oversteekplaats voor voetgangers begeven waarover een tramspoor of een eigen trambedding loopt, wanneer een tram nadert.
U bent wettelijk verplicht om te stoppen bij een zebrapad zodra een voetganger de oversteekplaats heeft bereikt . U hoeft echter pas te stoppen als de voetganger de oversteekplaats heeft bereikt.
Een stopbord is een verkeersbord. De bestuurder die het bord nadert moet stoppen en moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de kruisende weg. Het bord komt dus voor bij het naderen van een voorrangsweg of voorrangskruispunt. Stoppen houdt in dat het voertuig echt tot stilstand moet komen.