Ja, "dun bloed" (medisch gezien een te trage bloedstolling, vaak door antistollingsmedicatie) kan kwaad. Hoewel bloedverdunners worden voorgeschreven om trombose of een herseninfarct te voorkomen, zorgt een te sterke werking ervoor dat het bloed te dun wordt, wat leidt tot een verhoogd risico op ernstige bloedingen. AZ Sint-Lucas Gent +1
Als het bloed te dun is heeft men een hoog risico op bloedingen en dat kan ook gevaarlijk zijn. Vooral bij patiënten die vaak vallen, bijvoorbeeld oudere mensen die slecht ter been zijn, moet dit risico zorgvuldig worden afgewogen.
Wat de meeste mensen wel weten, is dat alcohol 'bloedverdunnend' werkt. Als u alcohol drinkt, dan duurt het – net als bij bloedverdunners – langer voordat uw bloed stolt. Uw bloed wordt in werkelijkheid overigens niet 'dunner' maar het stolt minder snel. En dat komt door de bloedplaatjes (trombocyten).
Tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie)
We spreken van een tekort als het aantal bloedplaatjes in je bloed lager is dan 150 x 109/l. Dat betekent dat je minder dan 150 miljard bloedplaatjes per liter bloed hebt. Wanneer je te weinig bloedplaatjes hebt, neemt je bloedingsneiging toe.
Bloedverdunning treedt op wanneer iemand een laag aantal bloedplaatjes heeft . Artsen noemen deze aandoening trombocytopenie. Het normale aantal bloedplaatjes in het bloed ligt tussen de 150.000 en 450.000 per milliliter (ml). Als het aantal bloedplaatjes onder de 150.000/ml komt, kan dit duiden op bloedverdunning.
Het bloed zelf verandert enigszins met de leeftijd . Normale veroudering veroorzaakt een afname van het totale lichaamsvocht. Daardoor is er minder vocht in de bloedbaan, waardoor het bloedvolume afneemt. De snelheid waarmee rode bloedcellen worden aangemaakt als reactie op stress of ziekte neemt af.
Immuun Trombocytopenie (ITP) Immuun trombocytopenie (ITP) is een ziekte waarbij je te weinig bloedplaatjes hebt. Dit noemen we ook wel trombocytopenie of trombopenie. Bloedplaatjes (trombocyten) zijn belangrijk om de bloedstolling goed te laten werken.
Een van de voedingsstoffen die wel in verband wordt gebracht met bloedstolling is vitamine K. Vitamine K werkt het effect van antistollingsmiddelen tegen zodat het bloed dus dikker wordt. Het lichaam heeft maar kleine hoeveelheden vitamine K nodig om goed te werken, en dit wordt uit de voeding gehaald.
De eerste symptomen van leukemie zijn vaak aspecifiek, zoals extreme vermoeidheid, bleekheid, en kortademigheid door bloedarmoede, en een verhoogde kans op infecties, koorts, en nachtzweten door een slecht afweersysteem. Ook onverklaarbare blauwe plekken, bloedend tandvlees, en kleine rode puntjes op de huid (petechiën) wijzen op bloedingsproblemen. Soms zijn er opgezette lymfeklieren, een vergrote milt of lever, of pijn in botten en gewrichten.
Een typisch westers dieet, dat zich kenmerkt door het eten van veel rood vlees, fastfood en geraffineerde graanproducten met daarnaast weinig vis, fruit en groente, geeft een 60% hogere kans op een DVT dan een typisch gezond dieet.
De ziekte van Von Willebrand is een chronische bloedingsstoornis waarbij bloed slecht stolt. Mensen met deze aandoening hebben ofwel een laag gehalte aan von Willebrand-factor, een eiwit dat helpt bij de bloedstolling, of het eiwit dat ze hebben werkt niet goed.
Met bloedverdunners mag je bepaalde pijnstillers (zoals ibuprofen, diclofenac, aspirine) en veel alcohol niet gebruiken, en moet je oppassen met contactsporten, bepaalde kruiden (Sint-janskruid) en voedingsmiddelen (grapefruit, veel vitamine K) vanwege een verhoogd bloedingsrisico, maar paracetamol is vaak wel veilig, meld altijd je medicatiegebruik bij zorgverleners en draag een antistollingspas.
De enige vloeistof die bloed kan verdunnen is water, wat meteen het gevaar van een overdosis water verklaart. De medicijnen die men 'bloedverdunners' noemt, doen niets ander dan het stollingsproces tegengaan, waardoor het bloed makkelijker weg kan stromen. Dunner wordt het bloed hier niet van.
De manier waarop we warmte en kou ervaren, verschilt sterk per persoon, maar de dikte of viscositeit van ons bloed heeft niets te maken met hoe we de temperatuur ervaren . Daarom lijkt een verband niet eenduidig.
Risico van alcohol en bloedverdunners combineren
Bloedverdunners en alcohol combineren heeft weinig risico's als je een normale hoeveelheid alcohol drinkt (één tot twee glazen per dag). Drink je meer, dan zijn er wel risico's verbonden aan het drinken van alcohol en het slikken van bloedverdunners.
Het kan altijd gebeuren dat je INR te hoog staat, dus dat je bloed te dun is. In dat geval kan je arts je een medicijn voorschrijven (een hoge dosis vitamine K) of je in het ergste geval verwijzen naar het ziekenhuis. Om dit te voorkomen is een goede zelfdiscipline en een goede communicatie met je arts zeer belangrijk.
"Studies tonen aan dat je ook geen cranberry-, grapefruit- en granaatappelsap mag drinken, als je bloedverdunners gebruikt", adviseert Dr. Jay Bishop, specialist in vasculaire geneeskunde. Net als vitamine K bevatten deze sappen allemaal stoffen die de goede werking van bloedverdunners kunnen tegengaan.
Symptomen van slechte doorbloeding zijn vaak koude handen en voeten, kramp en pijn (vooral bij lopen), tintelingen, gevoelloosheid, huidverkleuring (bleek/blauw), slecht genezende wondjes, en haaruitval of broze nagels, omdat het bloed moeite heeft om de extremiteiten te bereiken. Deze klachten kunnen wijzen op onderliggende vaatproblemen zoals etalagebenen (pijn bij lopen die stopt met rusten) of trombose (plotselinge, ernstige pijn en zwelling).
Dat komt meestal door een fout in het lichaam, waardoor vitamine B12 en foliumzuur niet worden opgenomen. Soms is de oorzaak van bloedarmoede een onvolledige voeding (veganisten, anorexia). Bloedarmoede kan ook erfelijk zijn, wat soms moeilijk te onderscheiden is van een tekort aan ijzer.
Als uw bloed (veel) te dun is, dan is het risico op bloedingen groter. En dat kan gevaarlijk zijn. Met name bij trombosepatiënten die wat minder mobiel zijn – zoals ouderen die vaak vallen of slecht ter been zijn – of mensen die bijvoorbeeld vanwege hun sport meer kans hebben op een (interne) bloeding.
Verschillende soorten kanker kunnen bloedarmoede veroorzaken, vooral bloedkankers zoals leukemie (bijv. acute en chronische lymfatische leukemie), multipel myeloom (ziekte van Kahler) en myelodysplastische syndromen (MDS), doordat deze de bloedaanmaak in het beenmerg verstoren, evenals lymfoom (Hodgkin) via ontstekingsmechanismen; de bloedarmoede uit zich vaak als vermoeidheid, bleekheid en kortademigheid.
“Het bloed wordt dun” is beeldspraak. Het betekent dat men onder invloed van alcohol sneller en langer bloedt. Die oorzaak ligt bij de bloedplaatjes. Bloedplaatjes bevatten stoffen die ervoor zorgen dat bloed stolt en het bloed een bepaalde stroperigheid (viscositeit) heeft.
Anticoagulantia, zoals heparine of warfarine (ook wel Coumadin genoemd), vertragen het proces waarbij uw lichaam bloedstolsels aanmaakt . Antiplaatjesmiddelen, zoals aspirine en clopidogrel, voorkomen dat bloedcellen, de zogenaamde bloedplaatjes, samenklonteren en een bloedstolsel vormen. Antiplaatjesmiddelen worden voornamelijk gebruikt door mensen die een hartaanval of beroerte hebben gehad.
Nee, je bloed wordt niet 'dunner' als je naar een ander klimaat verhuist. Hoewel een verhuizing van een koud naar een warm klimaat, of andersom, je bloeddruk kan beïnvloeden, wordt je bloed er niet dunner van.