Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden als hun, haar, zijn, mijn, jouw en ons.
Het bezittelijk voornaamwoord ons krijgt de vorm onze als het bij een de-woord of een meervoudig woord staat. Bij een enkelvoudig het-woord is ons de correcte vorm.
Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden als mijn, jouw, zijn, haar en ons, die een relatie van bezit of herkomst uitdrukken tussen een persoon of zaak en een zelfstandig naamwoord: mijn auto, haar vader. Bezittelijke voornaamwoorden kunnen bijvoeglijk en zelfstandig worden gebruikt.
bezittelijk voornaamwoord (possessief pronomen): mijn, jouw, d'r, onze.
Voor een enkelvoudig het-woord krijgt het bezittelijk voornaamwoord ons geen buigings-e: ons huis, ons meisje, ons best. Ons wordt wel verbogen voor een enkelvoudig de-woord (onze tafel, onze stoel, onze jongen) of voor een zelfstandig naamwoord in het meervoud (onze tafels, onze stoelen, onze huizen, onze meisjes).
Conversation. Het is 'onze contactpersoon'. '(Contact)persoon' is een de-woord, en daarbij hoort 'onze'.
Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden als hun, haar, zijn, mijn, jouw en ons.Ze geven een bezitsrelatie aan tussen een persoon en een zelfstandig naamwoord.
Our wordt gewoonlijk geclassificeerd als een bezittelijk bepalend woord (of bezittelijk bijvoeglijk naamwoord ): een woord dat bezit aangeeft (dat je vertelt aan wie of wat iets of iemand toebehoort) door het volgende zelfstandig naamwoord te modificeren (bijv. 'our grandmother'). Het wordt gewoonlijk niet als een voornaamwoord beschouwd omdat het niet op zichzelf staat in plaats van een zelfstandig naamwoord.
Menu is een het-woord.
In de standaardtaal is menu als de-woord niet correct: de menu*, die menu*, onze menu*. De meervoudsvorm is menu's, de verkleinvorm is menuutje.
In de spreektaal en ook wel in de informele schrijftaal (tweets, appjes), wordt me vaak gebruikt als bezittelijk voornaamwoord: me moeder. De gereduceerde vorm van mijn is echter m'n, niet me. Met m'n moeder is dus niets mis.
Ezelsbruggetje: jouw of jou
Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.
Het verwarrende is dat “hun” een bezittelijk voornaamwoord kan zijn (hun boek), maar ook een persoonlijk voornaamwoord (ze geeft hun een onvoldoende). Het persoonlijk voornaamwoord hun gebruik je alleen als als het om een meewerkend voorwerp gaat.
"Us" is een objectpronomen en wordt gebruikt in objectpositie. In de volgende zin kan het helpen om het woord "kinderen" te verwijderen om duidelijker te zien wat het voornaamwoord doet. Us/We children walk to school every day.
Wederkerende voornaamwoorden zijn bijvoorbeeld me, ons en zich in zinnen als ik heb me gesneden, we vergissen ons, hij wast zich. Wederkerige voornaamwoorden zijn de woorden elkaar, elkander en mekaar.
Een bezittelijk voornaamwoord is een woord dat een bezit aangeeft. Het vertelt van wie of wat iets is. Voorbeelden van bezittelijke voornaamwoorden zijn: 'mijn', 'zijn', 'haar', 'jouw' en 'uw'.
Aanwijzend voornaamwoord of betrekkelijk voornaamwoord
Een aanwijzend voornaamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord (die kast) het betrekkelijk voornaamwoord staat achter het zelfstandig naamwoord (de kast die daar staat). Die kast is mooi. De kast die daar staat is te koop.
De persoonlijk voornaamwoorden in voorwerpsvorm zijn de volgende; mij, me, jou, je, u, hem, haar, het, ons, jullie, u, hun, hen, ze. Wil je oefeningen maken om te checken of je het persoonlijk voornaamwoord goed begrepen hebt?
“Ons” gebruik je: Als bezittelijk voornaamwoord (= possessief pronomen) als het bijvoeglijk naamwoord (substantief) een het-woord is.
Wij hebben het over een bezittelijk voornaamwoord in de eerste persoon meervoud .
Het is "US" als het als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt , en meestal "The US" als het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Artikelen worden echter ook vaak weggelaten voor koppen, dus je ziet "US vetoes UN resolution." (Zoek "headlinese" op voor meer informatie.)
eerste persoon meervoud: ons, onze.
(de objectvorm van we) gebruikt wanneer de spreker of schrijver en een ander of anderen het object zijn van een werkwoord of voorzetsel, of na het werkwoord be Ze gaf ons een foto als huwelijkscadeau. We nemen de hond mee. Laat ons alsjeblieft binnen.
In het huidige spraakgebruik is één ons gelijk aan 100 gram. Voor de invoering van het metrieke stelsel was een ons, in de oude spelling geschreven als once, meestal ca. 30 gram en was het 1/16 van een pond (ca. 480 gram) of 1/12 van een medicinaal pond (ca.