Jezus is zowel God als mens. Ook is hij de tweede persoon in de goddelijke Drie-eenheid. Hij werd door Paulus de 'ontlediging van God' genoemd (Filippenzen 2:6-8): slechts dóór hem kunnen wij de Vader kennen. Zijn leven wordt ook door veel niet-christenen als een navolgenswaardig moreel voorbeeld gezien.
God is (zoals in 1 Petrus 1:3) de "Vader van onze Heer Jezus Christus".
In het kort:
Christenen geloven in één God.De meesten zien Jezus als de Zoon van God die op een dag weer terugkomt op aarde. De Bijbel is dé heilige tekst van het christendom. Deze bestaat uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament (inclusief de Evangeliën, de levensverhalen over Jezus).
Jezus als Zoon van God
Dit was dus al heel snel een doctrine in het vroege christendom. Ook het Evangelie volgens Marcus stelt de titel Zoon van God vanaf het eerste vers op de voorgrond (Marcus 1:1). Bij Jezus' doop (1:11) en bij de gedaanteverandering van Jezus (9:7) verklaarde God Jezus tot zijn geliefde Zoon.
Op het ogenblik dat Jezus in volheid zijn goddelijk zoonschap ervaart, opent hij zich dus voor de liefdevolle bewogenheid van God voor de mens; hij verbindt zich met Gods beweging naar de mens toe, met zijn tederheid en zijn 'menselijkheid'.
De Bijbel zegt dat Jezus uniek is in zowel Zijn persoon als Zijn doel . Hij was niet zomaar een spiritueel individu tijdens Zijn tijd op aarde; Hij was zowel Gods Zoon (Johannes 3:16) als God Zelf—God in menselijk vlees (1 Timotheüs 3:16). Ja, Hij was volledig mens, maar Hij was ook volledig God (Kolossenzen 2:9).
Volgens de christelijke leer is Jezus de eniggeboren Zoon van God en de door God in het Oude Testament (Tenach) bij monde van de profeten beloofde messias (o.a. Jesaja 53:3 en verder), de Gezalfde van God, die de mensen verlost van hun zonden en de harmonie tussen God en mensen, die verbroken was als gevolg van de ...
De Romeinse keizers hielden niet van verdeeldheid onder de gelovigen en ze zorgden ervoor dat uiteindelijk tijdens het Concilie van Chalcedon, in 451, werd vastgelegd dat Jezus volkomen God én volkomen mens is.
Jezus vertelt en laat zien wie God de Vader is in Johannes 17:6: 'Ik heb Uw Naam geopenbaard'. In Exodus lezen we voor het eerst over Gods Naam. Toen Mozes door God werd geroepen bij de berg Horeb, vroeg Mozes naar Zijn Naam voor als het volk daarom zou vragen. God antwoordde: 'Zeg hun: Ik ben die Ik ben' (Ex.
In grote delen van het christendom is het begrip God gekoppeld aan de Drie-eenheid:God de Vader;Jezus Christus, de zoon;de Heilige Geest.
We bidden onze hemelse Vader om de kracht om het evangelie na te kunnen leven. We bidden omdat we op het rechte en smalle pad willen blijven dat naar het eeuwig leven leidt. We bidden tot God, de oorsprong van alle rechtschapenheid, zodat al onze gedachten, woorden, en daden rechtschapen zijn.
Jozef van Nazaret, zoon van een verder onbekende Jakob of Heli en waarschijnlijk van het geslacht van David, was een onbemiddelde timmerman ('teknoon') in Nazaret, waar ook Maria woonde. Hij was de vader van Jezus van Nazaret. Al voor Maria met haar verloofde Jozef ging samenwonen bleek zij zwanger.
In de Oosters-orthodoxe theologie is God de Vader de arche of principium ("begin"), de "bron" of "oorsprong" van zowel de Zoon als de Heilige Geest, en wordt beschouwd als de eeuwige bron van de Godheid . De Vader is degene die de Zoon eeuwig verwekt, en de Vader ademt door de Zoon eeuwig de Heilige Geest in.
Maar God en Jezus zijn ook afzonderlijke wezens, in die zin dat Jezus de Zoon is en God de Vader. Als personen van de Drie-eenheid zijn ze gescheiden, maar met de Heilige Geest zijn ze verenigd en onderling afhankelijk.
Over Jezus laat hij geen mist verschijnen: “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van.” (Filippenzen 2:6,7). Jezus is gelijk aan God. Dat is een heel punt. Die gelijkheid heeft hij afgelegd.
Over het bestaan van een Opperwezen is al vele eeuwen nagedacht, gesproken en geschreven, ook door wetenschappers, maar een eenduidig antwoord is er niet. De wetenschap kan niet bewijzen dat God bestaat. Of andersom: dat God niet bestaat.
Zoals we zien in Mattheüs 10:40 , stelde Jezus zichzelf gelijk aan God. Hij wist ook dat de Vader hem autoriteit had gegeven, en hij claimde die autoriteit (zie Johannes 5:25–27; 10:17–18; 17:2).
Het bestaan van een historische Jezus wordt door vrijwel alle deskundigen geaccepteerd. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste zijn er de van elkaar onafhankelijke getuigenissen over de historische mens Jezus van Paulus, Marcus en (de weliswaar hypothetische) bron Q, binnen circa veertig jaar na zijn dood.
Openbaring 19:10 Nieuwe Levende Vertaling (NBV)
Toen viel ik aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: " Nee, aanbid mij niet . Ik ben een dienaar van God, net als jij en je broeders en zusters die getuigen van hun geloof in Jezus. Aanbid alleen God. Want de essentie van profetie is om een duidelijk getuigenis voor Jezus te geven."
Moslims geloven niet dat Jezus de zoon van God is. Wij geloven in profeten, en daar is Jezus ook een van in de Islam. De belangrijkste profeet is Mohammed. Kerstmis is iets van christenen, en hoort dus niet bij de Islam.
Volgens christenen is Jezus Christus de zoon van God. Hij zou ruim tweeduizend jaar geleden zijn geboren in de stad Bethlehem, tien kilometer van Jeruzalem.
Jezus is relationeel
Hij leert dat we zo waardevol zijn voor God dat zelfs de haren op ons hoofd geteld zijn. Hij hield genoeg van ons om voor ons te sterven en noemt ons Zijn kinderen en Zijn vrienden. Dit onderscheidt Jezus: Hij is geen kracht of energiebron, Hij is een levende God die een relatie met ons wil.
'Jezus had vrouw en drie kinderen'
Christenen geloven dat God liefdevol, aardig, eerlijk en vergevingsgezind is, en ook Heer en Koning . Sommige verhalen tonen deze christelijke overtuigingen.
Jezus was en bleef heel zijn leven een jood. Hij is niet op een zeker moment tot een ander geloof overgegaan. Evenmin als de apostel Paulus op de weg naar Damascus zich van jood tot christen 'bekeerde' en tot een andere geloofsgemeenschap ging behoren, is er bij Jezus sprake geweest van een 'omkeer'.