Het is doorgaans dan jij. Na 'dan' (en 'als') gebruik je de onderwerpsvorm, omdat de zin in gedachten wordt aangevuld met een werkwoord (bijv. "groter dan jij bent"). Hoewel "dan jou" in spreektaal vaak wordt gehoord, is dan jij de correcte vorm volgens de taalnorm. Vlaanderen.be +3
Kort samengevat: Na een gelijkheid (stellende trap) schrijf je als. Na een ongelijkheid (vergrotende trap) schrijf je dan.
In iemand als jij, een man zoals hij, een minister als zij, mensen als wij, mensen zoals jij en ik, enz. is volgens de taalnorm telkens alleen de onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord juist. Dat betekent dat alleen ik, jij, hij, zij, wij en zij juist zijn.
Het is vind jij in een vraagzin omdat het onderwerp ('jij') achter de persoonsvorm ('vind') staat; 'vindt jij' is fout, net zoals 'vind je' correct is en 'vindt je' niet. Het ezelsbruggetje is: staat 'jij' (of 'je') achter het werkwoord, dan vervalt de 't' (stam + geen t), staat het ervoor (bv. 'jij vindt'), dan blijft de 't' staan (stam + t).
Na een voorzetsel volgt altijd een niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord. Onderwerpsvormen zijn ik, jij/je, hij, zij/ze, het, wij/we, jullie en zij/ze. De niet-onderwerpsvormen (ook wel voorwerpsvormen genoemd) zijn mij/me, jou/je, hem, haar, het, ons, jullie en hen/hun.
'Ik' is een onderwerpvoornaamwoord, en het onderwerp is de persoon of het ding dat de actie uitvoert, zoals in 'Ik ging naar de winkel'. 'Mij' is een lijdend voorwerp, en het lijdend voorwerp is de persoon of het ding waarop de actie plaatsvindt, zoals in 'Alex vond me leuk'. Gebruik 'jij' en 'ik' wanneer het onderwerp van de zin is; gebruik 'jij' en 'mij' wanneer het lijdend voorwerp van de zin is .
Ezelsbruggetje: jouw of jou
Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.
Het bekendste ezelsbruggetje voor werkwoordspelling is 't ex-kofschip voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord: de letters t, x, k, f, s, c, h, p (inclusief de 't') bepalen of je een '-te' of '-d' schrijft; is de laatste letter van de stam een van deze, dan '-te', anders '-d'. Voor de tegenwoordige tijd helpt de "smurfenregel" (of 'lopen' vervangen) om te horen of een '-t' nodig is (bijv. 'hij smurft' = 'hij wordt').
"What do you think about" is grammatisch correct in de tegenwoordige tijd en wordt gebruikt om iemands mening op dit moment te vragen. "What did you think about" is grammatisch correct in de verleden tijd en wordt gebruikt om iemands mening over wat hij of zij in het verleden had te vragen.
'Your' is een bezittelijk voornaamwoord. Het wordt in een zin altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord. 'You're' is een samentrekking van twee woorden: 'you' en 'are'. Samentrekkingen zijn gemakkelijk te herkennen aan de apostrof. Over het algemeen worden samentrekkingen niet gebruikt in academische en formele teksten en documenten.
Houd is goed in bijvoorbeeld: 'Ik houd de deur open', 'Houd jij de deur open? ' en 'Houd de deur open! ' Houdt is goed in bijvoorbeeld: 'Jij houdt de deur open', 'Maaike houdt de deur open' en 'Houdt u de deur open?
"Je wilt" is correct, maar "je wil" is ook mogelijk en informeler; bij de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het) is wil altijd juist, nooit wilt. De voorkeur gaat vaak uit naar de vorm met "-t" (je wilt, u wilt) in formelere contexten, terwijl "-t" wegvalt (jij wil, je wil) in spreektaal, maar dit is een onregelmatigheid in het werkwoord 'willen'.
Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk in zinnen met een meewerkend voorwerp.
De correcte vorm is langer dan. Het gaat hier om een vergelijking met een vergrotende trap (langer), waardoor je “dan” moet gebruiken.
Twijfel tussen jij en jou is ook mogelijk na behalve.
Behalve jij is correct als er een band is met het onderwerp van de zin. Behalve jou is correct als er een band is met een ander zinsdeel dan het onderwerp.
De 9 basistypen geheugensteuntjes die in dit document worden gepresenteerd, zijn: Muziek, Naam, Uitdrukking/Woord, Model, Ode/Rijm, Notenorganisatie, Beeld, Verbinding en Spelling .
In de spreektaal komt je/jij wil (zonder t) vaak voor, net als in privéberichtjes en andere informele teksten. Over het algemeen krijgt je/jij wilt (mét t) in Nederland nog steeds de voorkeur in (zakelijke) teksten die bestemd zijn voor een breed publiek.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').
Antwoord. U rijdt is correct.
Het correcte woord is gebeld, de 't' in "gebelt" is fout; het voltooid deelwoord van het werkwoord 'bellen' wordt gevormd met een 'd', net zoals in "belde" (onvoltooid verleden tijd) of "heeft gebeld", omdat 'bellen' een zwak werkwoord is.
Het juiste antwoord is: 1. Save. "Save" is een werkwoord dat betekent redden, behouden of iets beschermen tegen schade of gevaar. "Safe" is een bijvoeglijk naamwoord dat betekent beschermd, veilig of vrij van schade.
Je = jouw of jou zonder extra nadruk
Als dat niet het geval is, is de niet-nadrukkelijke vorm je beter: Ik heb het jou gevraagd, want jij kunt dit het best. Ik heb het je (liever niet: jou) gevraagd, maar je gaf geen antwoord. Jouw moeder houdt erg van toneel, maar mijn moeder helaas niet.