De leidingen met het aardgas onder een druk van 40 bar noemen we de Regionale Transport Leidingen (RTL). Op de afleverstations, ofwel de Gasontvangstations (GOS), wordt de gasdruk verder gereduceerd naar een druk die de aangeslotene wenst. Dit kan variëren van ca 20 bar tot 3 bar.
Hoewel de meeste distributieleidingen werken met een druk van ongeveer 10 psi of meer , vindt de laatste drukverlaging tot ongeveer ¼ psi plaats vlak voor de meter bij de klant. Zo is de druk gedaald tot een niveau dat acceptabel is voor de gebouwen of gebieden waarvoor ze zijn ontworpen.
De gasdruk in een gasleiding binnenshuis is ingeregeld op 30 mbar, dus 0,030 bar. Dat houdt in dat de druk in de gasleiding 0,030 bar hoger is dan de druk buiten. Die 30 mbar is dus een overdruk. De absolute druk in de gasleiding is veel hoger, want de 0,03 bar komt bovenop de (gemiddeld) 1,013 bar van de lucht.
De absolute grens voor lekkages van bestaande aardgasleidingen is gesteld op 5 liter per uur. Hierboven komt de veiligheid in gevaar.
Wanneer je de druk verhoogd naar 50 BAR krijg je 50X 50 liter = 2500 normaal liter gas. Wanneer je de druk verhoogd naar 200 BAR krijg je 200 X 50 liter is 10 normaal kuub gas. Wanneer je de druk verhoogd naar 300 BAR krijg je 300 X 50 liter is 15 normaal kuub gas.
De leidingen met het aardgas onder een druk van 40 bar noemen we de Regionale Transport Leidingen (RTL). Op de afleverstations, ofwel de Gasontvangstations (GOS), wordt de gasdruk verder gereduceerd naar een druk die de aangeslotene wenst. Dit kan variëren van ca 20 bar tot 3 bar.
De standaard aardgasdruk die bij u thuis wordt geleverd, ligt doorgaans tussen 3,5 en 7 inch WC , terwijl de druk die nodig is om huishoudelijke apparaten te laten werken, varieert van 3,5 tot 5 inch WC. Verschillende factoren kunnen deze bereiken beïnvloeden, daarom kan het inschakelen van professionals nuttig zijn.
Wanneer de druk minder dan 1 mbar terugloopt is de gasinstallatie dicht. Wanneer de druk meer dan 1 mbar maar minder dan 3 mbar terugloopt is er geen direct gevaar, maar wel moet er gezocht worden naar de lekkage.
Voor aardgas is het maximaal toegestane drukverlies tussen de meter en een apparaat 1 mbar of minder . Daarom moet de vereiste werkdruk bij de inlaat van het apparaat 19 mbar zijn.
Tip: je kunt een gaslek vrij eenvoudig opsporen als je een vermoeden hebt welke leiding of slang het gaslek in huis veroorzaakt. Los een beetje afwasmiddel op in een emmer water.Smeer hiermee de leiding of gasslang voorzichtig in.Als er belletjes ontstaan, is er sprake van een gaslek.
De gaskraan staat nog dicht of, als de installatie enige tijd buiten gebruik is geweest, kan er nog lucht in de gasleiding zitten.
0°C (273,15 K) en "normale atmosferische druk" (DIN 1343 norm voor de compressorindustrie, norm in Nederlandse regeling gaskwaliteit aardgas. 15°C (288,15 K) en 1,01325 bar of 101,325 kPa (API norm en ISO 2533 norm voor aardgas, ook voor gasturbines)
Alle gasleidingen moeten worden getest met een " correcte drukvaltest ". Hiervoor is een manometer of waterkolommeter nodig. Er wordt een heel klein beetje druk in het leidingsysteem gebracht (12 tot 14 inch waterkolom), waarna het systeem wordt gecontroleerd op drukval.
In principe moet een gasleiding zo gedimensioneerd worden dat het totale drukverlies van gasmeter tot het toestel maximum 1 mbar is, wanneer alle toestellen gelijktijdig in werking zijn op hun nominaal vermogen.
Druktesten op aardgas (NAT GAS) en propaan (LP) worden uitgevoerd door een typische "15lb of 30lb druktestmeter" aan de lege gasleiding te bevestigen en perslucht via de klepkern toe te voegen om de druk te verhogen tot het juiste PSIG-niveau (pounds per square inch gauge).
Nominale bedrijfsdruk aardgas:
3,5” WC (minimaal) tot 7” WC (maximaal). Voor een optimale werking wordt een 6” WC aanbevolen.
Veelvoorkomende oorzaken zijn verstoppingen in gasleidingen, defecte of verouderde gasregelaars en gaslekken . Soms kan een hoge vraag tijdens piekgebruiksperiodes ook de druk verlagen. Externe factoren, zoals onderhoudswerkzaamheden aan het gasnetwerk, kunnen bijdragen aan dit probleem.
drukmeetnippel De werkdruk meet je aan de drukmeetnippel. Die vind je vlakbij de uitlaatzijde van de gasmeter, dus op de plaats waar de binnenleiding begint. Je sluit de elektronische manometer met een goed passende slang aan op de drukmeetnippel. De maximale werkdruk is 2925 Pa.
Systemen met een werkdruk van 0,5 tot 4,9 psig moeten bestand zijn tegen een testdruk van maximaal 5 psig of 1,5 keer de werkdruk, afhankelijk van de hogere druk, gedurende 30 minuten . Systemen die werken op 5 psig en hoger moeten de druk ten minste één uur kunnen vasthouden tijdens het testen.
De kracht die de substantie per oppervlakte-eenheid uitoefent op een andere substantie staat bekend als druk. De druk van het gas is de kracht die het gas uitoefent op de containergrenzen . De gasmoleculen bewegen willekeurig langs het gegeven volume. Tijdens deze beweging botsen ze met het oppervlak en ook met elkaar.
De lektest op gasleidingen wordt uitgevoerd met uitgeschakelde gastoestellen. Tijdens de meting is de gastoevoer naar de betreffende gasleiding gesloten. Via een meetnippel of met een geschikte afpersstop wordt de te inspecteren leiding aangesloten op de overdrukpoort van de lekvolumemeter.
De landelijke norm is het volgende:
Voor bestaande gasinstallaties (NEN 8078:2004) geldt als eis dat het lek niet groter mag zijn dan 5 l/h bij normale werkdruk. Het gaat hierbij om de leiding vanaf de gasmeter tot aan de eerste beveiligingsafsluiter in elk gastoestel. Dit is de absolute ondergrens.
Sommige gasleidingen (2 tot 24 inch in diameter) in een distributiesysteem kunnen werken met een druk tot 200 psi, maar de kleine serviceleidingen die gas naar individuele huizen leveren, hebben doorgaans een druk van ruim onder de 10 psi .
Veiligheid. Gebruik nooit een gasfles zonder gasdrukregelaar! Zoals hiervoor al genoemd is, moet de gasdruk van 7 bar dalen naar bijvoorbeeld 0,03 bar (30 mbar).
Indien de druk bij de uitgang van de meter binnen het bereik van minimaal 18,5 mbar en maximaal 23 mbar ligt , worden de maatregelen geacht volledig bevredigend te zijn wat betreft eventuele problemen met de leidingen stroomafwaarts of de ketel/het apparaat.