Controleer of de schoenen van je kind passen door te checken of er ca. 1-1,5 cm (een duimbreedte) ruimte is tussen de tenen en de neus, en door de uitneembare binnenzool te gebruiken. Controleer de pasvorm elke 2-3 maanden, aangezien kindervoeten snel groeien en te krappe schoenen vaak niet worden aangegeven. Shoesme +4
Laat je kind beide schoenen passen en kijk of de schoenmaat daadwerkelijk goed past. Dit kan je het beste doen door bij de neus van de schoen te voelen of er ruimte over is bij de tenen. Eventueel kan je kind zijn teen omhoog trekken zodat je makkelijker kan voelen; als er een duimbreedte over is, is dat voldoende.
Kinderschoenen zitten goed als de hiel van je kind goed aansluit, maar hij zijn tenen nog vrij kan bewegen. Het voorste deel van de zool moet flexibel zijn en moet je met je vingertop kunnen indrukken: tenen hebben 1 tot 1,5 centimeter bewegingsruimte nodig aan de voorkant van de schoen.
Struikelen: meer vallen of struikelen dan normaal, een teken dat de schoenen niet meer goed passen. Niet goed afwikkelen: het slecht afwikkelen van de voeten en lopen op de buiten- of binnenkant van de voet kan duiden op te kleine schoenen.
Na het opmeten van de voeten is er nog iets belangrijks waar je rekening mee moet houden als je de schoenmaat gaat bepalen, namelijk de groeiruimte. Ga uit van de lengte van de grootste voet en tel hier nog eens 13 millimeter bij op, oftewel 1,3 centimeter. Dit is de groeiruimte die jouw kind nodig heeft.
Het klinkt misschien slim: kinderschoenen een maatje groter kopen, zodat ze langer meegaan. Maar in de praktijk is dat vaak géén goed idee. Te grote schoenen kunnen namelijk meer kwaad dan goed doen — voor zowel de schoenen als de voetjes die erin zitten.
Koop geen schoenen die te groot zijn .
Het aantrekken van te grote schoenen bij kinderen kan onbedoelde gevolgen hebben voor de juiste voetontwikkeling. Kindervoeten groeien snel, maar het is het risico echt niet waard om groeiende voeten in schoenen van de verkeerde maat te stoppen, alleen maar om ze een paar maanden langer te kunnen dragen.
Als je twijfelt tussen twee schoenmaten, kies dan meestal de grootste maat voor meer comfort, maar test de pasvorm goed: zorg voor een duimbreedte ruimte bij de tenen en een stevige hiel, en meet je voeten altijd met sokken aan, want het is normaal dat je ene voet groter is dan de andere. Let op merk-specifieke vallen en probeer eventueel inlegzolen of dikkere sokken voor de kleinere maat.
Alleen in schoenen die niet te groot en niet te klein zijn blijven uw voeten op lange termijn gezond. In te grote schoenen heeft u geen steun en loopt u het risico op blaren. In te kleine schoenen drukt u uw tenen samen. Op de lange duur kan dit leiden tot een verkeerde stand van de teenbeentjes.
Een goede pasvorm kenmerkt zich door de juiste maat en ruimte voor de tenen. Tussen de rand van de schoen en grote teen moet ongeveer één duim passen. Op deze manier is er ruimte over voor de groei en ontwikkeling van de voet en kan je kind zijn tenen spreiden, buigen en bewegen wat een goede looptechniek bevordert.
Podologen raden schoenen aan met een stevige hielkap (contrefort), een uitneembaar voetbed voor steunzolen, voldoende ruimte voor de tenen, een hak van max. 3 cm en een goede sluiting (veters/klittenband) voor stabiliteit en ondersteuning. Merken zoals New Balance (990, 928), Wolky, Gabor (H-leest) en Rieker worden vaak genoemd voor gevoelige voeten, maar de beste schoen past altijd bij de specifieke voet en activiteit.
In Europa wordt schoenmaat berekend door de lengte van je voet in cm te meten en dit vervolgens om te rekenen. Een schoenmaat komt gemiddeld overeen met ongeveer 0,667 cm. Dus als je voet bijvoorbeeld 25 cm lang is, zou dit overeenkomen met een schoenmaat van ongeveer 38.
Kinderschoenen tot maat 26 hebben voldoende aan 1 tot 1,2 centimeter groeimarge. Dit is ongeveer de breedte van je pink. Kinderschoenen vanaf maat 27 hebben 1,2 tot 1,5 centimeter groeimarge nodig. Dit is ongeveer de breedte van je wijsvinger.
Zere voeten door te kleine schoenen
Als de schoenen van je kind te klein worden, zullen ze zeer gaan doen. Je kind loopt er niet lekker meer op en dat kan je zien aan hoe je kind loopt. Hij gaat bijvoorbeeld zijn voeten minder goed afrollen. Of hij gaat op de buitenkant of juist de binnenkant van zijn voeten lopen.
Een halve maat groter is misschien wel alles wat je nodig hebt. Iedereen heeft andere voeten. Een te krappe neus kan leiden tot problemen met je tenen.
Gevolgen te kleine schoenen:
Dat is geen probleem, alleen ontstaat er verwarring als er geen 43.5 is, maar dat het dan direct een 44 is. Dus een hele maat groter. Dat is eigenlijk niet correct, want halve schoenmaten bestaan niet. Ten minste, niet in de Europese maatvoering waar eigenlijk iedereen het over heeft als ze schoenen bestellen.
Kinderschoenen Maat 22
Doorgaans wordt maat 22 vooral gedragen door kinderen in de leeftijd vanaf ongeveer 2 jaar. Maar dit zijn gemiddelden en dit verschilt natuurlijk per kind. Maat 22 past perfect bij een voetlengte van ongeveer 13,3 – 13,8 cm. Ga hierbij altijd uit van de langste maat.
Dé vuistregel voor het kiezen van de juiste maat: één centimeter extra ruimte aan de tenen is voldoende, zolang de schoen maar stevig aansluit bij de hiel. Is de ene voet net iets groter dan de andere? Neem dan de grootste voet als uitgangspunt, zo ben je zeker dat beide voeten voldoende ruimte hebben.