De naaktslakken (maar ook de huisjesslakken) zijn namelijk vaak besmet met de larven van de dodelijke longworm parasiet. Infectie met longworm kan leiden tot hoestbuien, ademhalingsproblemen, stollingsproblemen, hartklachten en zelfs tot overlijden. Ook je hond kan hier besmet door raken.
Ondanks dat naaktslakken vaak worden gezien als een plaag voor de tuin, spelen ze een belangrijke rol in het ecosysteem. Ze helpen bij het afbreken van organisch materiaal, verbeteren de bodemstructuur en dienen als een belangrijke voedselbron voor veel dieren, waaronder vogels, egels en kikkers.
De aangevreten plekken vormen een opening voor allerlei plantenziekten. Door een slijmspoor op de planten achter te laten, worden deze minder aantrekkelijk. In 24 uur tijd kan een naaktslak minstens 50% van haar/zijn lichaamsgewicht eten. Bij warm en vochtig weer kunnen ze dan ook een ware plaag vormen.
Naaktslakken zijn op zichzelf niet giftig, maar ze kunnen wel gevaarlijk zijn voor honden of katten. Dit komt doordat slakken dragers kunnen zijn van parasieten, zoals longwormen, die schadelijk zijn voor honden en katten.
Hoe doden? Echte die-hards knippen ze met een scherpe schaar doormidden (ð¤¢). Krijg jij dat echt niet voor elkaar, dan kun je ze ook verdrinken in bier, suikerwater of flink heet water. Of verzamel ze in een bakje met deksel en zet dat in de vriezer.
Je zou het niet zeggen, maar ook slakken kunnen gevaarlijk zijn. Een druppeltje van het gif van de gemarmerde kegelslak kan 20 mensen doden. De slak komt voor bij riffen langs de kust van warme tropische zeeën en oceanen zoals in het Caribisch gebied.
Zet planten die slakken lekker vinden niet in de buurt van vochtige plekken zoals de composthoop. Maak barrières van kippengaas of plastic flessen, of leg knoflook, koffiedik (met cafeïne), schelpengruis, cacaodoppen of eierschalen om kwetsbare planten heen. Let op: cacaodoppen zijn giftig voor honden.
Het is misschien niet algemeen bekend onder huisdierbezitters, maar slakken kunnen levensgevaarlijk zijn voor honden en katten. Zelfs een likje aan het slijm kan al fataal zijn. In het slijm van de slak kunnen namelijk twee gevaarlijke parasieten zitten: de longworm en de Franse hartworm.
Schadelijk voor mensen? De naaktslak is niet schadelijk voor mensen, zolang je hem niet opeet.
Overdag verstoppen naaktslakken zich
Tijdens de dag kruipen ze weg in spleten en gaten, om 's nachts nog wel tevoorschijn te komen. Alleen niet meer zo massaal als tijdens hun hoogtijddagen. Zo lang het weer mild is, blijven ze actief.
Als ramen en deuren gesloten zijn, weten naaktslakken soms toch nog hun weg naar binnen te vinden.Ze hebben al genoeg aan naden en kieren. Door die te dichten met bijvoorbeeld kit, heeft u minder last van warmteverlies, maar houdt u ook ongedierte buiten.
Algemeen. De slakken worden buikpotigen genoemd omdat de spieren aan de onderzijde, de 'buik', voor de voortbeweging zorgen. Naaktslakken hebben geen slakkenhuis. Doordat ze zich niet kunnen terugtrekken in een afsluitbaar huisje zijn ze zeer gevoelig voor uitdroging en houden het alleen uit in een vochtige omgeving.
Ongedierteslakken en naaktslakken beschadigen plantenzaden, zaailingen, ondergrondse knollen, bladeren en fruit. Schade aan zaailingen resulteert vaak in de dood van de plant, wat grote productieverliezen betekent.
Dit gat zie je bij de meeste landslakken en is een ademopening. Als je het gat aanraakt, trekt de slak hem snel in en blijft er niets meer van over. Dit doet hij ter bescherming.
Het grootste deel van de slakken leeft van dood organisch materiaal, schimmels, paddenstoelen enz. De poep van de slakken, het restant dat terug in de bodem komt na vertering, is net zo voedingsrijk als bij regenwormen en zorgt dus voor een betere plantengroei.
Naaktslakken hebben meerdere natuurlijke vijanden. Hierbij kunt u denken aan kippen, diverse vogels, egels en ook padden. Maar er is er nog een natuurlijke vijand die eenvoudig in te zetten is en ook zeer effectief werkt! Deze natuurlijke vijanden zijn nematoden, ook wel aaltjes genoemd.
Maar pas op: pak een slak nooit bij zijn huisje op, want dan loop je het risico dat je hem eruit trekt. Gewoon bij het lijfje optillen dus, of eerst op een blaadje laten kruipen en dan oppakken.
Landslakken bijten of steken niet en het slijm is gemakkelijk af te wassen (het zou volgens sommige bronnen zelfs geneeskrachtig zijn en tegen rimpels werken). Kleinere exemplaren en naaktslakken kunnen gevangen worden via lokdozen of bierslakkenvallen; die zijn milieuvriendelijk en goedkoop.
Uit de eitjes komen kleine naaktslakken die naarmate ze ouder worden ook groter worden. Naaktslakken leven zo'n 9-12 maanden. Ze overwinteren in de grond. Zachte winters zorgen er voor dat meer slakken en eitjes de winter overleven dan bij een koude winter met strenge vorst.
Geïnfecteerde slakken en naaktslakken brengen ook rattenlongwormen over op mensen . Alle bekende gevallen van rattenlongwormziekte zijn gelinkt aan contact tussen slakken en naaktslakken.
Slakken kunnen plantenziekten zoals echte meeldauw, valse meeldauw, verwelkingsziekte en verschillende schimmel- en bacteriële infecties overbrengen. Ze kunnen deze ziekten verspreiden door zich te voeden met de geïnfecteerde planten of ze te besmetten met hun slijmspoor terwijl ze zich verplaatsen.
Als u denkt dat u een slak of naaktslak hebt gegeten, of als u symptomen vertoont die kenmerkend zijn voor rattenlongwormziekte, raadpleeg dan onmiddellijk een arts .
Deze slakkenplaag is voornamelijk te wijten aan de uitzonderlijke weersomstandigheden dit jaar. Het voorjaar en de zomer zijn bijzonder nat geweest, met veel neerslag verspreid over een langere periode. Dit zorgt voor een ideale leefomgeving voor naaktslakken, die de vochtige omstandigheden heerlijk vinden.
Aluminiumfolie. Maak een gat in het aluminiumfolie waar je je plant doorheen steekt en leg het folietje vervolgens op de grond. Slakken houden van een vochtige grond en zullen daarom niet richting je plant glibberen over het folie heen. Zo kan je je moestuinplantjes bijvoorbeeld beschermen.
Zorg voor hindernissen waar slakken niet over heen kunnen, waaronder scherp zand, sparrennaalden, schelpengrit, fijngemaakte eierschalen en schelpen, zaagsel, kaf, houtas, lavagruis, dolomiet, koffieprut (hoe meer cafeïne, hoe beter de werking), zeewier, ongebluste kalk op jouw paadjes, hennepstrooisel of cacaodoppen.