Bijgewerkt op 12 november 2021 door Julia Merkus. Als je hebt besloten dat je interviews gaat afnemen voor je onderzoek, sta je voor het volgende besluit: welk soort interview ga je gebruiken? De belangrijkste interviewvormen zijn het gestructureerde, het semigestructureerde en het ongestructureerde interview.
Het gaat om het stellen van gestructureerde of open vragen om antwoorden te ontlokken die inzicht kunnen bieden in verschillende psychologische fenomenen . Interviews kunnen worden gebruikt in klinische beoordelingen, onderzoeksstudies en therapeutische settings, waardoor diepgaande verkenning van onderwerpen en de subjectieve ervaringen van individuen mogelijk is.
Effectief interviewen. Effectief interviewen. Een interview is een gesprek tussen u en een potentiële werkgever over uw vaardigheden en hoe deze voldoen aan de behoeften van de organisatie . Het is een uitnodiging die aan u wordt gedaan omdat u een positieve indruk hebt gemaakt via uw cv en sollicitatiebrief.
Begin met een respectvolle opmerking
U kunt het interview beginnen door een beleefde of respectvolle opmerking te maken tegen de interviewer. Dit kan een beleefde "goedemorgen", "hoe gaat het met u" of "leuk u te ontmoeten" zijn. Het is belangrijk om opmerkingen te vermijden die onoprecht of controversieel lijken.
Tijdens een diepte-interview worden voornamelijk open vragen gesteld, zodat er ruimte is om uitgebreide en gedetailleerde antwoorden te geven. De interviewer zal daarbij doorvragen om de gedachten, emoties en ervaringen van de geïnterviewde goed in kaart te kunnen brengen.
Opening. Je begint het gesprek met uitleggen wat het doel is: wat je hoopt te weten te komen. Bij bijvoorbeeld een exitgesprek wil je iemands beweegredenen om te vertrekken, achterhalen. Vervolgens stel je de gesprekstijd vast en in het geval van een meer 'open' gesprek, bepaal je de thema's die aan de orde komen.
Vier belangrijke manieren om betrouwbaarheid te beoordelen zijn test-retest, parallelle test, interne consistentie en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid . In theorie verwijst betrouwbaarheid naar de ware scorevariantie ten opzichte van de waargenomen scorevariantie. Betrouwbaarheid is voornamelijk een empirisch probleem dat zich concentreert op de prestaties van een empirische meting.
Om de betrouwbaarheid van je onderzoek te bepalen beantwoord je de vraag: “Als ik hetzelfde nog een keer zo zou onderzoeken en de omstandigheden zijn niet veranderd, krijg ik dan dezelfde uitslag?” Een betrouwbaar onderzoek is dus reproduceerbaar.
Iedereen die bij de politie wil werken moet van onbesproken gedrag zijn. Om dit te onderzoeken onderga je een betrouwbaarheidsonderzoek, ook wel screening genoemd. Bij de politiescreening kijken we of er risico's zijn als jij bij de politie gaat werken.
Persoonlijke interviews : Persoonlijke interviews worden gehouden op de werkplek, waarbij zowel de geïnterviewde als de interviewer aanwezig zijn. Virtuele interviews: Deze interviews worden volledig online afgenomen. Telefonische interviews: Werkgevers gebruiken deze interviews vaak om kandidaten vooraf te screenen voordat ze een persoonlijk interview plannen.
Een diepte-interview is een kwalitatieve onderzoeksmethode en wordt met name ingezet om diepgaande informatie te achterhalen; het 'waarom' achter een antwoord, opvatting en mening. Deze methode wordt bijvoorbeeld ingezet bij onderzoek onder doelgroepen zoals klanten (klanttevredenheidsonderzoek) of stakeholders.
Gestructureerde interviews worden gekenmerkt door een vooraf bepaalde lijst met vragen die interviewers aan alle kandidaten stellen . Door een overkoepelende structuur aan het interview te geven, ontstaat er een consistente ervaring voor alle kandidaten. Gestructureerde interviews helpen interviewers ook om overbodige vragen te vermijden.
Tijdens een expertinterview gaan we in gesprek met een expert – doorgaans een deskundig professional – in een bepaald vakgebied of functie. De respondent praat vanuit eigen expertise en ervaring en deelt een deskundige visie op de situatie.
De interviews duren langer (30 tot 60 minuten) en zijn niet allemaal hetzelfde, omdat je bij ieder interview meer te weten komt. Dan komen er ook weer nieuwe vragen. Met kwalitatief onderzoek breng je een onderwerp in kaart.
Open vragen beginnen met: wie, wat, waar, waarmee, wanneer of hoe. Een nadeel kan zijn dat open vragen veel tijd kosten en dat het moeilijk is alle informatie te onthouden en het gesprek te sturen. Probeer dan kort samen te vatten, een andere vraag te stellen en maak korte aantekeningen. Vermijd 'waaromvragen'.
Een interviewprotocol omvat drie hoofdpunten – de kenmerken van de respondent (selectiecriteria) (A), de topics/vragen van het interview (structuur en inhoud)) (B), gemaakte afspraken en opvallende punten (bijv. storingen) tijdens het interview (procesaspecten) (C).