De of het deksel
Meervoud van deksel
Ander woord voor deksel
Betekenis deksel
Hoe spreek je deksel uit?

De of het deksel

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het zelfstandige naamwoord deksel? Is het de deksel of het deksel? Of zijn ze allebei goed? De correcte lidwoorden die je voor het woord deksel kunt gebruiken zijn:
De dekselHet deksel
Beide lidwoorden zijn in het dagelijkse taalgebruik toegestaan en worden dan beide zowel schriftelijk als mondeling toegepast. In het dagelijkse taalgebruik is de deksel verreweg het gebruikelijkst.

Meervoud van deksel

Het woord deksel heeft in het Nederlands één meervoudsvorm die eindigt op -s. De correct gespelde meervoudsvorm voor deksel is:
Deksels


Ander woord voor deksel

Deksel kent de volgende synoniemen:

Betekenis deksel

Er is één definitie voor het woord deksel:

Uitspraak deksel

Beluister het audiostand om te horen hoe je deksel uitspreekt.


Bron: wikimedia, CC BY-SA 3.0.