De of het lunapark? Welk lidwoord is juist?

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord lunapark? Is het de lunapark of het lunapark? Het juiste lidwoord dat je voor het woord lunapark moet gebruiken is:
Het lunapark
Aanwijzend voornaamwoord lunapark
Dit of deze lunapark: dit lunapark
Dat of die lunapark: dat lunapark

Bezittelijk voornaamwoord lunapark
Onze of ons lunapark: ons lunapark
Jouw of jou: jouw lunapark

Elke of elk lunapark?
Elk lunapark
Gerelateerd aan lunapark