De of het dierproef? Welk lidwoord is juist?

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord dierproef? Is het de dierproef of het dierproef? Het juiste lidwoord dat je voor het woord dierproef moet gebruiken is:
De dierproef
Aanwijzend voornaamwoord dierproef
Dit of deze dierproef: deze dierproef
Dat of die dierproef: die dierproef

Bezittelijk voornaamwoord dierproef
Onze of ons dierproef: onze dierproef
Jouw of jou: jouw dierproef

Elke of elk dierproef?
Elke dierproef
Gerelateerd aan dierproef