De of het beroepsverbod? Welk lidwoord is juist?

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord beroepsverbod? Is het de beroepsverbod of het beroepsverbod? Het juiste lidwoord dat je voor het woord beroepsverbod moet gebruiken is:
Het beroepsverbod
Aanwijzend voornaamwoord beroepsverbod
Dit of deze beroepsverbod: dit beroepsverbod
Dat of die beroepsverbod: dat beroepsverbod

Bezittelijk voornaamwoord beroepsverbod
Onze of ons beroepsverbod: ons beroepsverbod
Jouw of jou: jouw beroepsverbod

Elke of elk beroepsverbod?
Elk beroepsverbod
Gerelateerd aan beroepsverbod