De of het beroepsbevolking? Welk lidwoord is juist?

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord beroepsbevolking? Is het de beroepsbevolking of het beroepsbevolking? Het juiste lidwoord dat je voor het woord beroepsbevolking moet gebruiken is:
De beroepsbevolking
Aanwijzend voornaamwoord beroepsbevolking
Dit of deze beroepsbevolking: deze beroepsbevolking
Dat of die beroepsbevolking: die beroepsbevolking

Bezittelijk voornaamwoord beroepsbevolking
Onze of ons beroepsbevolking: onze beroepsbevolking
Jouw of jou: jouw beroepsbevolking

Elke of elk beroepsbevolking?
Elke beroepsbevolking
Gerelateerd aan beroepsbevolking