De of het antibacterieel? Welk lidwoord is juist?

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord antibacterieel? Is het de antibacterieel of het antibacterieel? Het juiste lidwoord dat je voor het woord antibacterieel moet gebruiken is:
Het antibacterieel
Aanwijzend voornaamwoord antibacterieel
Dit of deze antibacterieel: dit antibacterieel
Dat of die antibacterieel: dat antibacterieel

Bezittelijk voornaamwoord antibacterieel
Onze of ons antibacterieel: ons antibacterieel
Jouw of jou: jouw antibacterieel

Elke of elk antibacterieel?
Elk antibacterieel
Gerelateerd aan antibacterieel