De of het afkoelingsperiode? Welk lidwoord is juist?
Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord afkoelingsperiode? Is het de afkoelingsperiode of het afkoelingsperiode? Het juiste lidwoord dat je voor het woord afkoelingsperiode moet gebruiken is:
Aanwijzend voornaamwoord afkoelingsperiode
Dit of deze afkoelingsperiode:
deze afkoelingsperiode
Dat of die afkoelingsperiode:
die afkoelingsperiode
Bezittelijk voornaamwoord afkoelingsperiode
Onze of ons afkoelingsperiode:
onze afkoelingsperiode
Jouw of jou:
jouw afkoelingsperiode
Elke of elk afkoelingsperiode?Elke afkoelingsperiode
Gerelateerd aan afkoelingsperiode